Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/384

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

De beslissingen komen tot stand wanneer zij ten minste 232 stemmen hebben verkregen en de meerderheid van de leden voorstemt, indien zij krachtens de Grondwet op voorstel van de Commissie moeten worden genomen. In de overige gevallen komen de beslissingen tot stand wanneer zij ten minste 232 stemmen hebben verkregen en ten minste tweederde van de leden voorstemmen.

Een lid van de Europese Raad of van de Raad kan verlangen dat, in de gevallen waarin de Europese Raad of de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een handeling vaststelt, wordt nagegaan of de lidstaten welke die gekwalificeerde meerderheid vormen ten minste 62% van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen. Indien blijkt dat niet aan deze voorwaarde is voldaan, is de handeling niet vastgesteld.

3. Voor latere toetredingen wordt de in lid 2 bedoelde drempel zo berekend, dat de drempel van de in stemmen uitgedrukte gekwalificeerde meerderheid niet hoger ligt dan die welke volgt uit de tabel in de verklaring betreffende de uitbreiding van de Europese Unie, die opgenomen is in de slotakte van de Conferentie die het Verdrag van Nice heeft vastgesteld.

4. De onderstaande bepalingen betreffende de bepaling van de gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden van kracht op 1 november 2009:

— artikel I-44, lid 3, derde, vierde en vijfde alinea, van de Grondwet;
— artikel I-59, lid 5, tweede en derde alinea, van de Grondwet;
— artikel I-60, lid 4, tweede alinea, van de Grondwet;
— artikel III-179, lid 4, derde en vierde alinea, van de Grondwet;
— artikel III-184, lid 6, derde en vierde alinea, van de Grondwet;
— artikel III-184, lid 7, derde en vierde alinea, van de Grondwet;
— artikel III-194, lid 2, tweede en derde alinea, van de Grondwet;
— artikel III-196, lid 3, tweede en derde alinea, van de Grondwet;
— artikel III-197, lid 4, tweede en derde alinea, van de Grondwet;
— artikel III-198, lid 2, derde alinea, van de Grondwet;
— artikel III-312, lid 3, derde en vierde alinea, van de Grondwet;
— artikel III-312, lid 4, derde en vierde alinea, van de Grondwet;
— artikel 1, tweede, derde en vierde alinea, en artikel 3, lid 1, tweede, derde en vierde alinea, van het protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en van Ierland ten aanzien van het beleid inzake grenscontrole, asiel en immigratie, evenals ten aanzien van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken en de politiële samenwerking;
— artikel 1, tweede, derde en vierde alinea, en artikel 5, derde, vierde en vijfde alinea, van het protocol betreffende de positie van Denemarken.

Tot en met 31 oktober 2009 geldt, in gevallen waarin niet alle leden van de Raad aan de stemming deelnemen, namelijk in de gevallen bedoeld in de in de eerste alinea genoemde artikelen, gekwalificeerde