Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/63

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Dit artikel is van toepassing op ieder lichaam waardoor een lidstaat de invoer of de uitvoer tussen de lidstaten in rechte of in feite rechtstreeks of onrechtstreeks beheerst, leidt of aanmerkelijk beïnvloedt. Het artikel is tevens van toepassing op door een staat gedelegeerde monopolies.

2. De lidstaten onthouden zich ervan, enige nieuwe maatregel te treffen die tegen de in lid 1 bedoelde beginselen indruist of die de draagwijdte van de artikelen inzake het verbod op douanerechten en kwantitatieve beperkingen tussen de lidstaten beperkt.

3. In geval van een monopolie van commerciële aard dat een regeling ter bevordering van de afzet of van de valorisatie van landbouwproducten omvat, dienen bij de toepassing van dit artikel gelijkwaardige waarborgen voor de werkgelegenheid en de levensstandaard van de betrokken producenten te worden gegeven.


AFDELING 4
KAPITAAL EN BETALINGEN


Artikel III-156

In het kader van deze afdeling zijn beperkingen van het kapitaalverkeer en van betalingen tussen lidstaten onderling en tussen lidstaten en derde landen verboden.


Artikel III-157

1. Artikel III-156 laat onverlet de toepassing op derde landen van beperkingen die op 31 december 1993 bestonden uit hoofde van nationaal of Unierecht inzake het kapitaalverkeer naar of uit derde landen in verband met directe beleggingen–met inbegrip van beleggingen in onroerende goederen–vestiging, het verrichten van financiële diensten of de toelating van waardepapieren tot de kapitaalmarkten. Wat betreft de bestaande beperkingen uit hoofde van de nationale wetgeving in Estland en Hongarije is de betreffende datum 31 december 1999.

2. Bij Europese wet of kaderwet worden maatregelen vastgesteld inzake het kapitaalverkeer naar of uit derde landen in verband met directe beleggingen — met inbegrip van beleggingen in onroerende goederen — vestiging, het verrichten van financiële diensten of de toelating van waardepapieren tot de kapitaalmarkten.

Het Europees Parlement en de Raad trachten de doelstelling van een vrij kapitaalverkeer tussen lidstaten en derde landen in de mate van het mogelijke en onverminderd andere bepalingen van de Grondwet te verwezenlijken.

3. In afwijking van lid 2, kunnen maatregelen die in het recht van de Unie een achteruitgang op het gebied van de liberalisering van het kapitaalverkeer naar of uit derde landen vormen, alleen worden vastgesteld bij Europese wet of kaderwet van de Raad. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.