Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/79

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

11. De Raad trekt de in de leden 6, 8, 9 en 10 bedoelde maatregelen of sommige daarvan in, voorzover hij van oordeel is dat het buitensporige tekort in de betrokken lidstaat is gecorrigeerd. Indien de Raad voordien aanbevelingen openbaar heeft gemaakt, legt hij, zodra het in lid 9 bedoelde Europees besluit is ingetrokken, in het openbaar een verklaring af dat er niet langer een buitensporig tekort in de betrokken lidstaat bestaat.

12. Het in de artikelen III-360 en III-361 bedoelde recht om een klacht in te dienen kan niet worden uitgeoefend in het kader van de toepassing van de leden 1 tot en met 6, 8 en 9 van dit artikel.

13. Nadere bepalingen betreffende de toepassing van de in dit artikel bedoelde procedure zijn opgenomen in het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten.

De Raad stelt bij Europese wet maatregelen vast ter vervanging van voornoemd Protocol. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en van de Europese Centrale Bank.

Onder voorbehoud van de andere bepalingen van dit lid, stelt de Raad op voorstel van de Commissie bij Europese verordening of Europees besluit de nadere bepalingen en definities voor de toepassing van dit Protocol vast. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement.


AFDELING 2
HET MONETAIR BELEID


Artikel III-185

1. Het hoofddoel van het Europees Stelsel van centrale banken is het handhaven van prijsstabiliteit. Onverminderd deze doelstelling, ondersteunt het Europees Stelsel van centrale banken het algemene economisch beleid in de Unie teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van haar doelstellingen als omschreven in artikel I-3. Het Europees Stelsel van centrale banken handelt in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en onder eerbiediging van de in artikel III-177 bepaalde beginselen.

2. De door het Europees Stelsel van Centrale Banken uit te voeren fundamentele taken zijn:

a. het bepalen en uitvoeren van het monetair beleid van de Unie;

b. het verrichten van valutamarktoperaties in overeenstemming met artikel III-326;

c. het aanhouden en beheren van de officiële externe reserves van de lidstaten;

d. het bevorderen van een goede werking van het betalingsverkeer.

3. Lid 2, onder c, laat het aanhouden en beheren van werksaldi in buitenlandse valuta's door de regeringen van de lidstaten onverlet.