Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/89

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gegeven maatregelen niet voldoende blijken te zijn om de ondervonden of dreigende moeilijkheden uit de weg te ruimen, doet de Commissie, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, aan de Raad aanbevelingen tot onderlinge bijstand en betreffende passende methoden daarvoor.

De Commissie houdt de Raad regelmatig op de hoogte van de toestand en de ontwikkeling daarvan.

2. De Raad stelt de Europese verordeningen of Europese besluiten vast waarbij de wederzijdse bijstand wordt toegekend en die de voorwaarden en de wijze van toepassing daarvan bepalen. De wederzijdse bijstand kan met name de vorm aannemen van:

a. een gezamenlijk optreden bij andere internationale organisaties waarop de lidstaten die onder een derogatie vallen, een beroep kunnen doen;

b. maatregelen die nodig zijn om verlegging van het handelsverkeer te vermijden, wanneer de lidstaat die onder een derogatie valt en die in moeilijkheden verkeert, kwantitatieve beperkingen ten aanzien van derde landen handhaaft of deze weder invoert;

c. de verlening van beperkte kredieten door andere lidstaten, onder voorbehoud van hun toestemming.

3. Indien de door de Commissie aanbevolen onderlinge bijstand door de Raad niet is goedgekeurd of indien de goedgekeurde wederzijdse bijstand en de getroffen maatregelen ontoereikend zijn, machtigt de Commissie de lidstaat die onder een derogatie valt en die in moeilijkheden verkeert, vrijwaringsmaatregelen te nemen waarvan zij de voorwaarden en de wijze van toepassing bepaalt. De Raad kan deze machtiging intrekken en deze voorwaarden en de wijze van toepassing wijzigen.


Artikel III-202

1. In geval van een plotselinge crisis in de betalingsbalans en indien een Europees besluit als bedoeld in artikel III-201, lid 2, niet onmiddellijk wordt vastgesteld, kan een lidstaat die onder een derogatie valt, te zijner bescherming vrijwaringsmaatregelen treffen. Die maatregelen moeten zo weinig mogelijk verstoringen in de werking van de interne markt teweegbrengen en mogen niet verder reiken dan strikt onontbeerlijk is om de plotseling opgetreden moeilijkheden te overwinnen.

2. De Commissie en de andere lidstaten moeten van de in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen uiterlijk op het tijdstip van hun inwerkingtreding op de hoogte worden gebracht. De Commissie kan de Raad wederzijdse bijstand overeenkomstig artikel III-201 aanbevelen.

3. De Raad kan op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité bij Europees besluit vaststellen dat de betrokken lidstaat de in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen moet wijzigen, schorsen of intrekken.