Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/10

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
Art. 20, wet
29 Junij 54.
Het art. 463 van het Wetboek van Strafregt is toepasselijk in de gevallen van art. 10 der wet 29 Junij 1854; (omtrent de poging tot misdaad).
Eenig art.
Wet 25 Dec.
1860
Art. 10 der wet van 29 Junij 1854, Stbl. 102 wordt aangevuld met de navolgende bepaling:
Poging tot misdaad wordt gestraft, indien tegen de misdaad zelve tuchthuisstraf van vijf tot twintig jaren bedreigd is, met tuchthuisstraf van vijf tot vijftien jaren.
3. De pogingen tot wanbedrijf worden niet voor wanbedrijven gehouden, dan in de gevallen, waar de wet dit uitdrukkelijk bepaalt. 3. Les tentatives de délits ne sont considérées comme délits, que dans les cas déterminés par une disposition spéciale de la loi.
Art. 17, wet
29 Junij 54.
De poging tot de misdaden (crimes), welke door deze wet correctioneel strafbaar worden en het kenmerk van wanbedrijf erlangen, is even als de volbragte daad strafbaar.
De gevangenisstraf tegen wanbedrijven, in deze wet en in het Strafwetboek bedreigd, wordt echter bij strafbare poging met een derde verminderd.
Indien er op de poging in dat Wetboek eene mindere straf is bedreigd, wordt deze toegepast.
(Zie art. 179 Strafwetb.)
Art. 20 wet
29 Junij 54.
Het art. 463 van het Wetboek van Strafregt is toepasselijk in de gevallen van art. 17 der wet van 29 Junij 1854, (omtrent poging tot wanbedrijven).
Art. 6, wet
29 Junij 54,
Stbl. 103
De misdrijven door deze wet (van 29 Junij 1854, Stbl. 103) ter kennisneming der kantonregters gebragt, verliezen hun kenmerk van wanbedrijf niet; (derhalve zijn ook daarop de voorschriften van art. 17 der wet 29 Junij 1854 toepasselijk).
4. Geenerlei vergrijp, geenerlei wanbedrijf, geneerlei misdaad, mag gestraft worden met straffen, die, eer de overtreding begaan werd, door de wet niet aangekondigd waren. 4. Nulle contravention, nul délit, nul crime, ne peuvent être punis de peines qui n'étaient pas prononcées par la loi avant qu'ils fussent commis.
Art. 25, wet
29 Junij 54.
De tegenwoordige wet (van 29 Junij 1954) is van toepassing ook ten aanzien der misdrijven vóór haar in werking treden gepleegd. De regtsgedingen enz.
Art. 7, wet
29 Junij 54,
Stbl. 103.
(Deze wet) is van toepassing ook ten aanzien der misdrijven vóór haar in werking treden gepleegd.
Art. 52, wet
op den over-
gang van de
vr. tot de
nieuwe wet-
geving.
De hoven en regtbanken zullen de straffen toepassen, welke bij de wet tegen het misdrijf zijn bedreigd geweest op het oogenblik, waarop hetzelve is bedreven.
Indien echter de bij de nieuwe Strafwet bedreigde straf ligter mogt zijn, zal deze worden opgelegd.
Indien bij de nieuwe Strafwet geene straf tegen het gepleegde misdrijf is bedreigd, zal wegens hetzelve ook geene straf kunnen worden uitgesproken.