Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/104

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
doen blijken, worden gestraft met gevangenis van acht tot drie maanden.
Art. 15. Vreemdelingen, die tegen eene uitzetting op Onzen last, zonder dat deze is opgeheven, in Nederland terugkeeren, worden gestraft met gevangenis van drie tot zes maanden.
In de gevallen, bij dit en het voorgaande artikel voorzien, worden de veroordeelden, na afloop der straf, over de grenzen gebragt.
Wet 28 Junij
1854, Stbl.
100.
(Omtrent de kosten, voortvloeijende uit de plaatsing en verzorging in bedelaars-gestichten van bedelaars en landloopers krachtens de bepalingen van strafregt enz.)
275. In de plaatsen waar nog geene zoodanige inrigtingen in stand zijn, zullen degenen die bij gezonden lijve hun werk van bedelen maken, met een tot drie maanden gevangenis gestraft worden.

In geval zij buiten het kanton van hun woning gevat worden, zullen zij met een gevangenis van zes maanden tot twee jaren gestraft worden.
275. Dans les lieux où il n'existe point encore de tels établissements, les mendiants d'habitude valides seront punis d'un mois à trois mois d'emprisonnement.
S'ils ont été arrêtés hors du canton de leur résidence, ils seront punis d'un emprisonnement de six mois à deux ans.
276. Alle bedelaars, zelfs niet van gezonde lijve, die dreigementen gebruikt zullen hebben, of zonder verlof van den eigenaar of van iemand van den huize, binnengetreden zullen zijn, hetzij in een woning, hetzij in een daartoe behoorende besloten plaats,
Of die kwetsuren of krankten veinzen,

Of die in verbinding bedelen, ten ware man en vrouw, vader of moeder en hun kleine kinderen, of een blinde met zijn geleider,

Zullen met gevangenis van zes maanden tot twee jaren gestraft worden.
276. Tous mendiants, même invalides, qui auront usé de menaces, ou seront entrés sans permission du propriétaire ou des personnes de sa maison, soit dans une habitation, soit dans un enclos en dépendant,
Ou qui feindront des plaies ou infirmités,
Ou qui mendieront en réunion, à moins que ce ne [soient] le mari et la femme, le père ou la mère et leurs jeunes enfants, l'aveugle et son conducteur,
Seront punis d'un emprisonnement de six mois à deux ans.

Verordeningen, zoo wel tot de landloopers als bedelaars behoorende.

Dispositions communes aux vagabonds et mendians.

277. Alle bedelaar of landlooper die gevat wordt op eenige wijze vermond zijnde,
Of geweer [1]) bij zich hebbende, schoon hij daar geen gebruik van gemaakt noch mede bedreigd mogt hebben,
277.Tout mendiant ou vagabond qui aura été saisi travesti d'une manière quelconque,
Ou porteur d'armes, bien qu'il n'en ait usé ni menacé,
  1. Beter: wapenen.