Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/111

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

301. Vergiftiging wordt genoemd alle toeleg op iemands leven, door de werking van middelen, die met meer of minder spoed den dood kunnen verwekken; op welk eene wijze die middelen ook aangewend of toegediend mogen zijn, en welke de gevolgen daar ook van mogen zijn. 301. Est qualifié empoisonnement tout attentat à la vie d'une personne, par l'effet de substances qui peuvent donner la mort plus ou moins promptement, de quelque manière que ces substances aient été employées ou administrées, et quelles qu'en aient été les suites.
302. Al wie schuldig is aan moord, aan vadermoord, aan kindermoord en aan vergiftiging, zal met den dood gestraft worden, onverminderd de bijzondere verordening van artikel 13, ten aanzien van den vadermoord. 302. Tout coupable d'assassinat, de parricide, d'infanticide et d'empoisonnement, sera puni de mort, sans préjudice de la disposition particulière contenue en l'article 13, relativement au parricide.
Art. 13, wet
29 Junij 54.
De doodstraf wordt veranderd in tuchthuisstraf van vijf tot twintig jaren; ten aanzien der misdaden van:
4°. kindermoord, voor de eerste maal door de ongehuwde moeder gepleegd.
— Art. 9 (omtrent verzachtende omstandigheden) dezer wet (29 Junij 1954) is hier niet van toepassing.
303. Als schuldig aan moord zullen gestraft worden, alle kwaaddoeners, hoegenaamd ook, die ter uitvoering hunner misdaden, pijnigingen in het werk stellen, of bedrijven van wreedheid plegen. 303. Seront punis comme coupables d'assassinat, tous malfaiteurs, quelle que soit leur dénomination, qui, pour l'exécution de leurs crimes, emploient des tortures ou commettent des actes de barbarie.
304. De doodslag zal de doodstraf medebrengen, wanneer hij voorafgegaan, verzeld of gevolgd zal zijn van eenige andere misdaad of wanbedrijf.
In alle andere gevallen, zal de doodslager met den eeuwigen dwangarbeid (eene tuchthuisstraf van minstens bijf en hoogstens twintig jaren) gestraft worden.
304. Le meurtre emportera la peine de mort, lorsqu'il aura précédé, accompagné ou suivi un autre crime ou délit.
En tout autre cas, le coupable de meurtre sera puni de la peine des travaux forcés à perpétuité.
Art. 13, wet
29 Junij 54.
De doodstraf wordt veranderd in tuchthuisstraf van vijf tot twintig jaren, ten aanzien der misdaden van:
3°. manslag, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van eene andere misdaad of een wanbedrijf, mits de manslag niet gestrekt heeft om het plegen van die misdaad of dat wanbedrijf voor te bereiden, gemakkelijk te maken of de ontdekking daarvan voor te komen.
Art. 9 (omtrent verzachtende omstandigheden) dezer wet 29 Junij 1854) is hier niet van toepassing.