Deze pagina is proefgelezen
§ 2. |
§ 2. |
|
Bedreigingen. |
Menaces. |
|
| 305. Al wie, bij naamloos of onderteekend geschrift, met moord, vergiftiging of eenige andere gewelddadigheid tegen personen, die met den dood, eeuwigen dwangarbeid (een tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens twintig jaren) of wegvoering naar een oord van ballingschap strafbaar is, bedreigd zal hebben, zal met dwangarbeid voor een tijd (eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren) gestraft worden, in geval de bedreiging geschied is met bevel om een som gelds op eene aangeduide plaats neêr te leggen, of om eenige andere voorwaarde te vervullen. | 305. Quiconque aura menacé, par écrit anonyme ou signé, d'assassinat, d'empoisonnement, ou de tout autre attentat contre les personnes, qui serait punissable de la peine de mort, des travaux forcés à perpétuité, ou de la déportation, sera puni de la peine des travaux forcés à temps, dans le cas où la menace, aurait été faite avec ordre de déposer une somme d'argent dans un lieu indiqué ou de remplir toute autre condition. | |
| 306. In geval deze bedreiging met geenerlei bevel of voorwaarde verzeld is gegaan, zal de straf in een gevangenis van ten minste twee, en ten hoogste vijf jaren, en eene geldboete van honderd tot zes honderd franken bestaan. | 306. Si cette menace n'a été accompagnée d'aucun ordre ou condition, la peine sera d'un emprisonnement de deux ans au moins et de cinq ans au plus, et d'une amende de cent francs à six cents francs. | |
| 307. In gevalle de bedreiging met bevel of voorwaarde mondeling geschied is, zal de schuldige met een gevangenis van zes maanden tot twee jaren en een geldboete van vijf en twintig tot drie honderd franken (gestraft worden [1]). | 307. Si la menace faite avec ordre ou sous condition a été verbale, le coupable sera puni d'un emprisonnement de six mois à deux ans, et d'une amende de vingt-cinq francs à trois cents francs. | |
| 308. In de gevallen, waarin bij de twee vorige artikelen voorzien wordt, zal de schuldige bovendien, bij het vonnis, onder het toezigt der hooge policie gesteld mogen worden ten minste voor vijf en ten hoogste voor tien jaren. | 308. Dans les cas prévus par les deux précédents articles, le coupable pourra de plus être mis, par l'arrêt ou le jugement, sous la surveillance de la haute police pour cinq ans au moins et dix ans au plus. |
- ↑ De officiële vertaling heeft: bestaan.