Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/113

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

TWEEDE AFDEELING.

SECTION II.

Moedwillige kwetsuren en slagen of stooten, die niet onder de benaming van doodslag vallen, en andere moedwillige misdaden of wanbedrijven.

Blessures et coups volontaires non qualifiés meurtre, et autres crimes et délits volontaires.

309. Met het tuchthuis zal gestraft worden, al wie iemand kwetsuren, slagen, of stooten toegebragt zal hebben, in gevalle uit deze gewelddadigheid eene ziekte of beletsel van te werken ontstaan is van meer dan twintig dagen. 309. Sera puni de la peine de la réclusion, tout individu qui aura fait des blessures ou porté des coups, s'il est résulté de ces actes de violence une maladie ou incapacité de travail personnel pendant plus de vingt jours.
Art. 14, wet
29 Junij 54.
Met gevangenisstraf van twee tot vijf jaren worden gestraft: — —
2°. de gewelddadigheden in art. 309 van dat Wetboek (van Strafregt) vermeld.
Art. 20, wet
29 Junij 54.
Met artikel 463 van het Wetboek van Strafregt is toepasselijk in de gevallen van art. 14 dezer wet (29 Junij 1854).
310. In gevalle de misdaad bij het vorig artikel gemeld, met voorbedachten rade of met geleider lage gepleegd is, zal de straf in den dwangarbeid voor een tijd (eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren) bestaan. 310. Si le crime mentionné au précédent article a été commis avec préméditation ou guet-apens, la peine sera celle des travaux forcés à temps.
311. Wanneer de kwetsuren of slagen geenerlei ziekte of beletsel van te werken, als bij artikel 309 gemeld, veroorzaakt zullen hebben, zal de schuldige met eene gevangenzetting van een maand tot twee jaren, en een geldboete van zestien tot twee honderd franken gestraft worden.
In gevalle van voorbedachten rade of geleider lage, zal de gevangenzetting zijn voor twee tot vijf jaren, en de geldboete van vijftig tot vijf honderd franken.
311. Lorsque les blessures ou les coups n'auront occasionné aucune maladie ni incapacité de travail personnel de l'espèce mentionnée en l'article 309, le coupable sera puni d'un emprisonnement d'un mois à deux ans, et d'une amende de seize francs à deux cents francs.
S'il y a eu préméditation ou guet-apens, l'emprisonnement sera de deux ans à cinq ans, et l'amende de cinquante francs à cinq cents francs.
312. Bijaldien de schuldige in de gevallen van artikel 309, 310 en 311, de misdaad jegens zijne wettige natuurlijke of aangenomen vader of moeder, of wettige grootouders van eerderen of verderen graad gepleegd mogt hebben, zal hij gestraft worden als volgt:
Zoo het artikel, waartoe het geval behoort, gevangenzetting en geldboete bepaalt,
312. Dans les cas prévus par les articles 309, 310 et 311, si le coupable a commis le crime envers ses père [ou] mère légitimes, naturels ou adoptifs, ou autres ascendants légitimes, il sera puni ainsi qu'il suit:
Si l'article auquel le cas se référera prononce l'emprisonne