Deze pagina is proefgelezen
| zal de schuldige de straf van het tuchthuis ondergaan. Zoo het artikel de straf van het tuchthuis bepaalt, zal de schuldige die van dwangarbeid voor een tijd ondergaan. Zoo het artikel de straf van dwangarbeid voor een tijd bepaalt, zal hij den eeuwigen dwangarbeid ondergaan. |
ment et l'amende, le coupable subira la peine de la réclusion; Si l'article prononce la peine de la réclusion, il subira celle des travaux forcés à temps; Si l'article prononce la peine des travaux forcés à temps, il subira celle des travaux forcés à perpétuité. |
| Art. 15, wet 29 Junij 54. |
Art. 312 van het Wetboek van Strafregt wordt ingetrokken en de gewelddadigheid jegens wettige of natuurlijke ouders of jegens grootouders als eene verzwarende omstandigheid aangemerkt, waarop de regter, behoudens de bepalingen van artt. 9 en 20 dezer wet (29 Junij 1854), bij de toepassing der straf moet acht geven. De regter is zelfs bevoegd de tuchthuis- of gevangenisstraf met een derde boven het maximum te verhoogen. |
| Art. 9, wet 29 Junij 54. |
(Zie aant. bij art. 36.) |
| Art. 20, wet 29 Junij 54. |
Het art. 463 van het Wetboek van Strafregt is toepasselijk in de gevallen van art. 15 dezer wet (29 Junij 1854). |
| 313. Bijaldien de misdaden en wanbedrijven in deze en de vorige afdeeling vermeld, bij oproerige zamenrotting, met opstand, of plundering begaan zijn, zullen zij aan de hoofden, beleggers, aanstokers en opzetters van die zamenrottingen, opstanden, of plunderingen toegerekend worden, welke als schuldig aan deze misdaden of aan deze wanbedrijven gestraft, en tot dezelfde straffen veroordeeld zullen worden, als die (welke [1]) ze in persoon gepleegd hebben. | 313. Les crimes et les délits prévus dans la présente section et dans la section précédente, s'ils sont commis en réunion séditieuse, avec rébellion ou pillage, sont imputables aux chefs, auteurs, instigateurs et provocateurs de ces réunions, rébellions ou pillages, qui seront punis comme coupables de ces crimes ou de ces délits, et condamnés aux mêmes peines que ceux qui les auront personnellement commis. | |
| 314. Al wie priempoken, schietgeweren, tromblons genaamd, of wat soort van geweer [2]) het ook zijn mag, dat bij de wet of bij eenig regerings-reglement verboden is, gemaakt of verkocht zal hebben, zal met een gevangenzettin van zes dagen tot zes maanden gestraft worden. Die de voorzegde wapenen draagt zal met eene geldboete van zestien tot twee honderd franken gestraft worden. |
314. Tout individu qui aura fabriqué ou débité des stylets, tromblons ou quelque espèce que ce soit d'armes prohibées par la loi ou par des règlements d'administration publique, sera puni d'un emprisonnement de six jours à six mois. Celui qui sera porteur desdites armes, sera puni d'une amende de seize francs à deux cents francs. |