Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/127

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
onderhevig of toevertrouwd waren, gesteld of gebragt waren, zal de straf van het tuchthuis (van vijf tot tien jaren) ondergaan. étaient soumis ou confiés, subira la peine de la réclusion.
355. In geval de alzoo opgeligte of weggevoerde een meisje van beneden de volle zestien jaren is, zal de straf in dwangarbeid voor een tijd (eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren) bestaan. 355. Si la personne ainsi enlevée ou détournée est une fille au-dessous de seize ans accomplis, la peine sera celle des travaux forcés à temps.
356. Zoo wanneer het meisje van beneden de zestien jaren in de opligting, schaking of wegvoering toegestemd mogt hebben, of den schaker vrijwillig gevolg zijn, zal deze, in gevalle hij een meerderjarige van een en twintig jaren of daarboven mogt zijn, tot dwangarbeid voor een tijd (eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren) veroordeeld worden.
In gevalle de schaker nog geen een en twintig jaren bereikt mogt hebben, zal hij gestraft worden met een gevangenzetting van twee tot vijf jaren.
356. Quand la fille au-dessous de seize ans aurait consenti à son enlèvement ou suivi volontairement le ravisseur, si celui-ci était majeur de vingt et un ans ou au-dessus, il sera condamné aux travaux forcés à temps.



Si le ravisseur n'avait pas encore vingt et un ans, il sera puni d'un emprisonnement de deux à cinq ans.
357. In gevalle de schaker het meisje, dat hij geschaakt heeft, getrouwd mogt hebben, zal hij niet vervolgd mogen worden dan op het beklag van diegenen, die, naar het Wetboek Napoleon (burgerlijk Wetboek), het regt hebben om nietigverklaring van het huwelijk te vorderen, en niet veroordeeld mogen worden, dan nadat de nietigheid van het huwelijk uitgewezen zal zijn. 357. Dans le cas où le ravisseur aurait épousé la fille qu'il a enlevée, il ne pourra être poursuivi que sur la plainte des personnes qui, d'après le Code Napoléon, ont le droit de demander la nullité du mariage, ni condamné qu'après que la nullité du mariage aura été prononcée.
(zie echter art. 22 Wetb. v. Strafv.).

§ 3.

§ 3.

Inbreuken op de wetten over het begraven.

Infraction aux lois sur les inhumations.

358. Diegenen, die zonder voorafgegaan bevel van den openbaren ambtenaar, in het geval, waarin dit bevel vereischt wordt, een gestorvene zullen hebben doen begraven, zullen met zes dagen tot twee maanden gevangenzetting en eene geldboete van zestien tot vijftig franken gestraft worden, onverminderd de vervolging der misdaden, 358. Ceux qui, sans l'autorisation préalable de l'officier public, dans le cas où elle est prescrite, auront fait inhumer un individu décédé, seront punis de six jours à deux mois d'emprisonnement, et d'une amende de seize [francs] à cinquante francs; sans préjudice de la poursuite des