Deze pagina is proefgelezen
| ken de eed opgedragen, of weder overgedragen (gedefereerd of gerefereerd) is, en die aldus een valschen eed gedaan zal hebben, zal met ontzetting van de burgerschapsregten (een correctionele gevangenisstraf van één tot drie jaren, met of zonder geldboete van tien tot vijf honderd gulden, en ontzetting van de regten in art. 8 dezer wet (29 Junij 1854) vermeld, van vijf tot tien jaren) gestraft worden. | aura été déféré ou référé en matière civile, et qui aura fait un faux serment, sera puni de la dégradation civique. |
| Art. 8, wet 29 Junij 54. |
De ontzetting van de waarneming van bediening of ambten is echter in de gevallen van art. 6 dezer wet (29 Junij 1854) — — — alleen dan niet verpligtend, wanneer de regter art. 463 van het Wetboek van Strafregt toepast. |
§ 2. |
§ 2. |
|
Lastering, smaadwoorden of smaadredenen, geheimverbreking. |
Calomnie, injures, révélation de secrets. |
|
| 367. Schuldig aan het wanbedrijf van lastering zal zijn, die hetzij op of in openbare plaatsen of bijeenkomsten, hetzij in eene authentieke of publieke akte, hetzij in een gedrukt of ongedrukt geschrift, dat aangeslagen, verkocht of verspreid is geworden, aan iemand, wie het ook zij, daden ten laste gelegd zal hebben die, ingevalle zij plaats hadden, dengene, tegen wien zij geduid zijn, aan lijf- of boetstraffelijke vervolging, of wel blootelijk aan de verachting en den haat der burgeren, bloot zouden stellen. Deze verordening is niet toepasselijk op daden, welke de wet veroorlooft openbaar te maken, noch ook op zoodanige als degene die dezelven aan iemand ten laste legt, uit hoofde van zijne post of van de op hem liggende pligten, gehouden was te ontdekken of bestraffen. |
367. Sera conpable du délit de calomnie, celui qui, soit dans des lieux ou réunions [publics], soit dans un acte authentique et public, soit dans un écrit imprimé ou non qui aura été affiché, vendu ou distribué, aura imputé à un individu quelconque des faits qui, s'ils existaient, exposeraient celui contre lequel ils sont articulés à des poursuites criminelles ou correctionnelles, ou même l'exposeraient seulement au mépris ou à la haine des citoyens. La présente disposition n'est point applicable aux faits dont la loi autorise la publicité, ni à ceux que l'auteur de l'imputation était, par la nature de ses fonctions ou de ses devoirs, obligé de révéler ou de réprimer. |
| Wet 28 Sept. 1816, Stbl. 51. |
— tot vaststelling van straffen voor hen, die vreemde Mogendheden beleedigen. |
| Souv.besl.24 Jan. 1814, Stbl. 17. |
Art. 4. Een ieder is verantwoordelijk voor hetgeen hij schrijft, drukt of uitgeeft: indien de schrijver niet bekend is, of aangewezen kan worden, is de drukker alleen aansprakelijk. 5. Elk stuk, dat zonder naam van den schrijver of drukker, en zonder aanwijzing van den tijd en de plaats der uitgave, in het |