Deze pagina is proefgelezen
| Éénig art. De straffen uitgesproken wegens de misdrijven, vermeld in de artt. 1, 2 en 3 der wet van 16 Mei 1829, Stbl. 34, en in de wet van 1 Junij 1830, Stbl. 15, verjaren door het verloop van tien jaren, te rekenen van den dag, waarop het arrest of vonnis kracht van gewijsde heeft bekomen. |
| 368. Als valsch wordt aangemerkt alle te lastlegging, ter ondersteuning van welk het bewijs, in regte vereischt, niet aangevoerd wordt. Dienvolgende zal de te lastlegger niet tot zijne verdediging kunnen vorderen dat het bewijs der zaak als nog opgemaakt moge worden. Hij zal ook tot zijne verschooning niet mogen inbrengen, dat de stukken of daden openbaar kennelijk zijn, of dat de te lastlegging waarover hij aangesproken wordt, uit vreemde papieren of uit andere gedrukte schriften zijn overgenomen. | 368. Est réputée fausse, toute imputation à l'appui de laquelle la preuve légale n'est point rapportée. En conséquence, l'auteur de l'imputation ne sera pas admis, pour sa défense, à demander que la preuve en soit faite: il ne pourra non plus alléguer comme moyen d'excuse que les pièces ou les faits sont notoires, ou que les imputations qui donnent lieu à la poursuite sont copiées ou extraites de papiers étrangers, ou d'autres écrits imprimés. | |
| 369. De lasteringen door middel van vreemde papieren in 't licht gegeven, kunnen vervolgd worden tegen degenen, die de artikelen hebben gezonden of doen plaatsen, of die toegebragt hebben on dezelve papieren in Frankrijk in te voeren of te verspreiden. | 369. Les calomnies mises au jour par la voie de papiers étrangers, pourront être poursuivies contre ceux qui auront envoyé les articles ou donné l'ordre de les insérer, ou contribué à l'introduction ou à la distribution de ces papiers en France. | |
| 370. Wanneer het te laste gelegde feit naar vereisch van regte bewezen is, waar te zijn, zal de te lastlegger vrij van alle straf zijn. Als bewijs naar vereisch van regte zal niet aangemerkt worden dan hetgeen uit een vonnis, of eenige andere authentieke akte ontstaat. |
370. Lorsque le fait imputé sera légalement prouvé vrai, l'auteur de l'imputation sera à l'abri de toute peine. Ne sera considérée comme preuve légale, que celle qui résultera d'un jugement, ou de tout autre acte authentique. |
|
| 371. Wanneer het naar regte vereischte bewijs niet aangevoerd is, zal de lasteraar met de volgende straffen gestraft worden: In gevalle het te laste gelegde feit van den aard om de doodstraf, eeuwige dwangarbeid (eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens twintig jaren), of wegvoering naar een oord van ballingschap te verdienen, zal de schuldige gestraft worden met eene gevangenzetting van twee tot vijf jaren en eene geldboete |
371. Lorsque la preuve légale ne sera pas rapportée, le calomniateur sera puni des peines suivantes: Si le fait imputé est de nature à mériter la peine de mort, les travaux forcés à perpétuité ou la déportation, le coupable sera puni d'un emprisonnement de deux à cinq ans, et d'une amende de deux cents francs à cinq mille francs. |