Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/141

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
De veroordeelden wegens de diefstallen onder n°. 7 — — vermeld, kunnen worden ontzet van de regten in art. 8 (der wet 29 Junij 1854) opgenoemd, gedurende den tijd van vijf tot tien jaren.
Art. 20, wet
29 Junij 54.
Het art. 463 van het Wetboek van Strafregt is toepasselijk in de gevallen van art. 14 dezer wet (29 Junij 1854).
387. De voerlieden en schippers of schuitenvoerders of hun bedienden, die wijnen of eenig ander soort van dranken of waren, die hen ter vervoering toevertrouwd waren, vervalscht zullen hebben, en zulks door middel van schadelijke inmengsels, zullen gestraft worden met de straf bij het vorig artikel gesteld.
In gevalle daar geene schadelijke inmengsels bij plaats gehad hebben, zal de straf in een gevangenis van een maand tot een jaar, en eene boete van zestien tot honderd franken bestaan.
387. Les voituriers, bateliers ou leurs préposés qui auront altéré des vins ou toute autre espèce de liquide ou de marchandises dont le transport leur avait été confié, et qui auront commis cette altération par le mélange de substances malfaisantes, seront punis de la peine portée au précédent article.
S'il n'y a pas eu mélange de substances malfaisantes, la peine sera un emprisonnement d'un mois à un an, et une amende de seize francs à cent francs.
388. Al wie paarden, of lastbeesten, koets-, wagen- of karrebeesten, of rijbeesten, groot en klein vee, gereedschap van landbouw, oogsten, koren- of graanstapels of hoopen, die een deel van den oogst uitmaken, in de weiden of op de akkers gestolen zal hebben, zal met het tuchthuis (van vijf tot tien jaren) gestraft worden.
Het zal even zoo zijn met houtdieverijen in de verkoopingen, en steendieverijen in de steengroeven, gelijk met het stelen van visch in vijvers, vischkommen of vischwaters.
388. Quiconque aura volé, dans les champs, des chevaux, ou bêtes de charge, de voiture ou de monture, gros et menus bestiaux, des instruments d'agriculture, des récoltes ou meules de grains faisant partie de récoltes, sera puni de la réclusion.

Il en sera de même à l'égard des vols de bois dans les ventes et de pierres dans les carrières, ainsi qu'à l'égard du vol de poissons en étang, vivier ou réservoir.
Art. 16 wet
29 Junij 54.
Met de straffen, in art. 401 van het Wetboek van Strafregt bedreigd, worden gestraft de in art. 388 van dat Wetboek omschrevene diefstallen van gereedschappen van landbouw, oogsten, koren- of graanstapels of hoopen, die een deel van den oogst uitmaken, in de weiden of op de akkers; steendieverijen in steengroeven; dieverijen van hout op koopen gesteld; en van visch in de vijvers, vischkommen of bewaarplaatsen van visch.
Art. 20, wet
29 Junij 54.
Het art. 463 van het Wetboek van Strafregt is toepasselijk in de gevallen van art. 14 dezer wet (29 Junij 1854).
389. Dezelfde straf zal plaats heb- 389. La même peine aura