Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/147

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
de baten zijns boedels beneden de vijftig ten honderd van het bedrag zijner schulden waren.
4°. Indien hij wisselbrieven of ander handelspapier geschikt om in omloop te worden gebragt, heeft uitgegeven, voor meer dan driemaal het beloop der baten zijns boedels, volgens zijnen laatsten staat en balans.
Art. 3. Als enkel bankbreukige zal kunnen worden vervolgd en zal zoodanig kunnen verklaard worden:
1°. De gefailleerde koopman die niet zal hebben afgelegd de verklaring ter griffie, voorgeschreven bij art. 2 van den I. titel des III. boeks van het Nederlandsche Wetboek van Koophandel.
2°. De gefailleerde koopman die na zijn faillissement in vrijheid gebleven zijnde, in de gevallen bedoeld bij artt. 27 en 35 van denzelfden titel, ofschoon daartoe behoorlijk geroepen en zonder wettige verhindering niet in persoon zal verschenen zijn.
3°. De gefailleerde koopman die boeken te voorschijn brengt, welke ongeregeld zijn gehouden, zonder dat die echter blijken van bedrog opleveren, of die niet alle zijne boeken te voorschijn brengt.
4°. De gefailleerde koopman, die bij het faillissement der vennootschap, onder welke firma hij handelde, niet zal hebben opgevolgd het art. 2 van den I. titel des III. boeks van het Nederlandsche Wetboek van Koophandel.
Art. 4. Enkele bankbreuk wordt even als alle andere wanbedrijven voor de correctionele regtbanken vervolgd.
In geval van veroordeeling te dezer zake zullen de regtbanken gelasten dat het vonnis zal worden aangeplakt en in een openbaar dagblad aangekondigd, met bepaling van de plaats waar die aanplakking zal moeten geschieden en met aanwijzing van het dagblad, waarin die aankondiging zal moeten worden geplaatst.
Art. 5. Als bedriegelijke bankbreukige zal worden vervolgd, en zal zoodanig worden verklaard de gefailleerde koopman, die zich bevinden zal in een of meer der volgende gevallen:
1°. Indien hij verdichte uitgaven of verliezen als waar heeft voorgesteld, of het gebruik van alle zijne ontvangsten niet verantwoordt.
2°. Indien hij eenige sommen gelds, eenige inschuld van zijnen boedel, eenige koopmanschappen, waren of roerende goederen verduisterd heeft.
3°. Indien hij verdichte verkoopen, geldopnemingen of schenkingen gedaan heeft.
4°. Indien hij in verstandhouding met voorgewende schuldeischers, verdichte schulden zijns boedels als waar heeft voorgesteld, door het maken van bedriegelijke geschriften, of door zich zonder oorzaak of genotene waarden bij openbare akten of onderhandsche schuldbekentenissen tot schuldenaar te stellen.
5°. Indien hij, van eenen bijzonderen last voorzien of tot bewaarnemer gesteld zijnde van gelden, handelspapieren, koop-