Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/148

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
waren of koopmanschappen, de gelden of de waarde der voorwerpen waartoe die last of bewaargeving betrekkelijk was, te zijnen bate heeft aangewend.
6°. Indien hij onroerende of roerende goederen onder eenen geleenden naam heeft gekocht.
7°. Indien hij zijne boeken verborgen heeft.
Art. 6. Als bedriegelijke bankbreukige zal kunnen worden vervolgd en zal zoodanig kunnen worden verklaard:
1°. De gefailleerde koopman, die geene boeken heeft gehouden, of wiens boeken den waren staat zijner baten en lasten niet opleveren.
2°. De gefailleerde koopman die uit de verzekerde bewaring waarin hij gesteld was, hetzij zonder of met borgtogt van ten allen tijde te zullen verschijnen, ontslagen zijnde, echter ofschoon behoorlijk geroepen en zonder wettige verhindering, niet in regten zal verschenen zijn.
Art. 7. Bedriegelijke bankbreuk en medepligtigheid daaraan wordt even als alle andere misdaden vervolgd.
Bij de arresten van veroordeeling zal derzelver aanplakking en bekendmaking door een openbaar dagblad worden gelast, met aanwijzing van de plaats waar die aanplakking en van het dagblad, waardoor de aankondiging zal moeten geschieden.
Art. 8. Wanneer een aangeklaagde overtuigd wordt van en schuldig verklaard aan eene der misdaden in de voorgaande artt. 5 en 6 uitgedrukt, zal hij gestraft worden met de straffen bij het in werking zijnde Wetboek van Strafregt, op bedriegelijke bankbreuk gesteld.
Art. 9. Medepligtig aan bedriegelijke bankbreuk, zullen worden verklaard en met dezelfde straffen als zoodanig bankbreukigen zelf, zullen gestraft worden, zij, die overtuigd zullen zijn van met den bankbreukigen te hebben zamengespannen, om zijne roerende of onroerende goederen geheel of ten deele te verduisteren of aan den boedel te onttrekken, valsche schuldvorderingen te zijnen laste verkregen te hebben, en die bij de verificatie hunner schuldvorderingen en in geval de beëediging dier schuldvordering gelast wordt, ook bij eedpræstatie volhard zullen hebben om dezelve als opregt en deugdelijk te doen gelden.
405. Al wie, hetzij met gebruikmaking van valsche namen of valsche kwaliteiten, hetzij, met zich van bedriegelijke middelen te bedienen, om het bestaan van valsche ondernemingen, van een niet bestaand vermogen of krediet, te doen gelooven, of om de hoop of vrees te verwekken ten aanzien van eenigen uitslag van zaken, van eenig toeval of andere hersenschimmige gebeurtenis, 405. Quiconque, soit en faisant usage de faux noms ou de fausses qualités, soit en employant des manœuvres frauduleuses pour persuader l'existence de fausses entreprises, d'un pouvoir ou d'un crédit imaginaire, ou pour faire naître l'espérance ou la crainte d'un succès, d'un accident ou de tout autre événe-