Deze pagina is proefgelezen
| teruggaven en schaden en intressen, aan de verkorte personen verschuldigd, niet te boven zal mogen gaan, noch minder dan vijf en twintig franken zijn.Het verordende bij de tweede paragraaf van het vorig artikel zal bovendien van toepassing gemaakt mogen worden. | amende qui ne pourra excéder le quart des restitutions et des dommages et intérêts qui seront dus aux parties lésées, ni être moindre de vingt-cinq francs.La disposition portée au second paragraphe du précédent article, pourra de plus être appliquée. | |
| 407. Al wie misbruik gemaakt zal hebben van een handteekening in blanco, die hem toevertrouwd werd, met bedriegelijk boven dezelve eenige verbindtenis, kwijting, of bevrijding, of eenige andere akte of geschrift, waardoor de handteekenaar in persoon of goederen verkort zou kunnen worden, te schrijven zal gestraft worden met de straffen, bij artikel 405 gesteld. In gevalle de handteekening in blanco hem niet toevertrouwd geweest mogt zijn, zal hij als falzaris vervolgd, en als zoodanig gestraft worden. |
407. Quiconque, abusant d'un blanc-seing qui lui aura été confié, aura frauduleusement écrit au-dessus une obligation ou décharge, ou tout autre acte pouvant compromettre la personne ou la fortune du signataire, sera puni des peines portées en l'article 405. Dans le cas où le blanc-seing ne lui aurait pas été confié, il sera poursuivi comme faussaire et puni comme tel. |
|
| 408. Al wie, ten nadeele van den eigenaar, bezitter of houder, verduisterd of weerloos gemaakt zal hebben,
papieren geldswaarde hebbende, gelden, koopwaren, biljetten, kwijtingen, of eenige andere geschriften, verbindtenis of bevrijding van verbindtenis of behelzende of uitwerkende, die hem niet in handen gesteld zijn geweest, dan hetzij ter bewaring, hetzij tot eenigen betaald wordenden arbeid, en om dezelve terug te geven of over te levweren, of om er een bepaald gebruik van te maken of iets bepaalds mêe te doen, zal gestraft worden met de straffen bij artikel 406 gesteld. Alles onverminderd hetgeen bij artikel 254 tot 256 gezegd is, ten aanzien van het verduisteren, vernielen en wegnemen van gelden, goederen, of stukken in of uit openbare bewaarplaatsen. |
408. Quiconque aura détourné ou dissipé, au préjudice du propriétaire, possesseur ou détenteur, des effets, deniers, marchandises, billets, quittances ou tous autres écrits contenant ou opérant obligation ou décharge, qui ne lui auraient été remis qu'à titre de dépôt ou pour un travail salarié, à la charge de les rendre ou représenter, ou d'en faire un usage ou un emploi déterminé, sera puni des peines portées dans l'article 406. Le tout sans préjudice de ce qui est dit aux articles 254, 255 et 256, relativement aux soustractions et enlèvements de deniers, effets ou pièces, commis dans les dépôts publics. |
|
| 409. Al wie, na in een geregtelijk geschil eenig bewijsstuk, akte, of memorie overgelegd te hebben, dat stuk, op hoedanig eene wijs ook, weggeno- | 409. Quiconque, après avoir produit dans une contestation judiciaire quelque titre, pièce ou mémoire, l'aura soustrait de quel- |