Deze pagina is proefgelezen
| que manière que ce soit, sera puni d'une amende de vingt-cinq francs à trois cents francs. Cette peine sera prononcée par le tribunal saisi de la contestation. |
§ 3. |
§ 3. |
|
Inbreuk op de verordeningen over de huizen waar gespeeld wordt, de loterijen en pandhuizen. |
Contravention aux réglemens aur les maisons de jeu, les loteries, et les maisons de prêt sur gages. |
|
| 410. Diegenen, die een huis van hazardspelen gehouden, en daarin het publiek toegelaten zullen hebben, hetzij dan vrijwillig, hetzij op voorstelling van de daarin belang- of deelhebbenden; desgelijks de bankhouders van dat huis, en alle degenen, die loterijen, bij de wet niet toegelaten, opgerigt of gehouden zullen hebben, voorts alle bewindvoerders, opzigters of agenten van deze oprigtingen, zullen gestraft worden, met een gevangenzetting voor ten minste twee en ten hoogste zes maanden, en een geldboete van honderd tot zes duizend franken. De schuldigen zullen bovendien, voor gedurende ten minste vijf en ten hoogste tien jaren, te rekenen van den dag, dat zij hunne straf ondergaan zullen hebben, ontzet mogen worden van de regten, bij artikel 42 van dit Wetboek (8 der wet 29 Junij 1954), gemeld. In alle gevallen zullen alle de gelden zaken, of papieren vam geldwaarde, die gevonden zullen worden ter speeltafel gebragt, of in de loterij gelegd of ingezet te zijn, gelijk ook het huisraad, de gereedschappen, werktuigen, en toestel, tot het spel of de loterij gebruikt of bestemd, en het huisraad en de roerende goederen, waarmêe de plaatsen voorzien of versierd zullen zijn, verbeurd verklaard worden. |
410. Ceux qui auront tenu une maison de jeux de hasard, et y auront admis le public, soit librement, soit sur la présentation des intéressés ou affiliés, les banquiers de cette maison, tous ceux qui [auront] établi ou tenu des loteries non autorisées par la loi, tous administrateurs, préposés ou agents de ces établissements, seront punis d'un emprisonnement de deux mois au moins et de six mois au plus, et d'une amende de cent francs à six mille francs. Les coupables pourront être de plus, à compter du jour ou ils auront subi leur peine, interdits, pendant cinq ans au moins et dix au plus, des droits mentionnés en l'article 42 du présent Code. Dans tous les cas, seront confisqués tous les fonds ou effets qui seront trouvés exposés au jeu ou mis à la loterie, les meubles, instruments, ustensiles, appareils employés ou destinés au service des jeux ou des loteries, les meubles, et les effets mobiliers dont les lieux seront garnis ou décorés. |
| Keiz.decreet 25 Sept.1813, Bull. d. lois, no. 526. |
Art. 2. Ieder vonnis, hetwelk ter uitvoering van art. 410 van het Wetboek van strafregt zal gewezen zijn ter zake van geheime loterijen, zal aangeplakt worden ten koste van de daders der misdrijven. |