Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/154

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
414. Alle onderlinge zamenspanning of vereeniging van degenen, die handwerkslieden in 't werk stellen, strekkende om tegen regt en billijkheid eene vermindering van het werkloon door te drijven, wanneer zij van eene poging of (een) aanvang van uitvoering gevolgd wordt, zal gestraft worden met gevangenzetting voor zes tot één maand, en eene geldboete van twee honderd tot drie duizend franken. 414. Toute coalition entre ceux qui font travailler des ouvriers, tendant à forcer injustement et abusivement l'abaissement des salaires, suivie d'une tentative ou d'un commencement d'exécution, sera punie d'un emprisonnement de six jours à un mois, et d'une amende de deux cents francs à trois mille francs.
415. Alle onderlinge zamenspanning of vereeniging van de zijde der werklieden, om te gelijker tijd het werk te doen ophouden, het werk in eene fabriek of werkplaats te verbieden, het te werk komen en blijven vóór of na zeker uur te beletten, en in 't algemeen, om den arbeid te doen staken, te beletten of duurder te maken, zoo wanneer er eenige poging in het werk gesteld of een aanvang met de uitvoering gemaakt is, zal gestraft worden met een gevangenis van ten minste één maand, en ten hoogste drie maanden.
De hoofden of aanleggers zullen gestraft worden met een gevangenzetting van twee tot vijf jaren.
415. Toute coalition de la part des ouvriers pour faire cesser en même temps de travailler, interdire le travail dans un atelier, empêcher de s'y rendre et d'y rester avant ou après de certaines heures, et en général pour suspendre, empêcher, enchérir les travaux, s'il y a eu tentative ou commencement d'exécution, sera punie d'un emprisonnement d'un mois au moins et de trois mois au plus.

Les chefs ou moteurs seront punis d'un emprisonnement de deux ans à cinq ans.
416. Ook zullen gestraft worden met de straffen bij het vorig artikel gesteld en met inachtneming van hetzelfde onderscheid, de werklieden, die eenige boete, verbod, ontzegging, of eenige proscriptie onder den naam van vervloeking of verdoeming, of wat benaming het zijn mag, uitgesproken of aangezegd zullen hebben, hetzij tegen de fabriekbestuurders en ondernemers van werken, hetzij tegen elkander.

In het geval van dit en het vorig artikel, zullen de hoofden of aanleggers van het wanbedrijf, na het uiteinde van hunne straf, onder het toezigt van de hooge policie gesteld mogen worden voor ten minste twee en ten hoogste vijf jaren.
416. Seront aussi punis de la peine portée par l'article précédent et d'après les mêmes distinctions, les ouvriers qui auront prononcé des amendes, des défenses, des interdictions ou toutes proscriptions sous le nom de damnations et sous quelque qualification que ce puisse être, soit contre les directeurs d'ateliers et entrepreneurs d'ouvrages, soit les uns contre les autres.
Dans le cas du présent article et dans celui du précédent, les chefs ou moteurs du délit pourront, après l'expiration de leur peine, être mis sous la surveillance de la haute police pendant deux ans au moins et cinq ans au plus.