Deze pagina is proefgelezen
| Souv. besl. 24 Jan.1814, Stbl. 17. |
— houdende bepalingen omtrent den boekhandel en den eigendom van letterkundige werken. |
| Souv. besl. 24 Jan.1815, Stbl. 6. |
— houdende voorschriften tot verzekering van het regt van eigendom aan hen, die van buitenlandsche werken eene vertaling willen uitgeven. |
| Wet 25 Jan. 1817, Stbl.5. |
— de regten bepalende, die in de Nederlanden, ten opzigte van het drukken en uitgeven van letter- en kunstwerken, kunnen worden uitgeoefend. Art. 4. Alle inbreuk op het voorzegde kopijregt, hetzij bij eene eerste uitgave van eenig nog niet gedrukt boek- of kunstwerk, hetzij bij herdruk van hetgeen reeds in druk was, zal als nadruk aangemerkt, en als zoodanig gestraft worden, met confiscatie van alle binnen dit Rijk voorhanden zijnde ongedebiteerde exemplaren van den nadruk, ten voordeele van den eigenaar van den oorspronkelijken druk, alsmede met betaling aan denzelfde eigenaar, van de waarde van 2000 exemplaren van het nagedrukte boek- of kunstwerk, te berekenen naar den boekverkoopers-prijs van den wettigen druk, en zulks behalve de betaling eener boete, niet te boven gaande de som van duizend guldens, en niet minder dan honderd gulden, ten behoeve van de algemeene armen van de woonplaats des nadrukkers; en zal de nadrukker bovendien, in geval van herhaald misdrijf, en naar gelang der omstandigheden, onbekwaam kunnen worden verklaard, om in het vervolg het beroep van boek- of kunstdrukker of verkooper te kunnen uitoefenen; alles onderminderd de bepalingen en straffen, welke tegen vervalsching bij de algemeene wetten zijn of mogten worden gestatuëerd. Op dezelfde wijze als hierboven is bepaald, zal worden gestraft het invoeren, verspreiden of verkoopen van buiten het Koningrijk nagedrukte oorspronkelijke letter- en kunstwerken, of vertalingen, waarvan men hier te lande het kopijregt bezit. |
| Kon. besl. 3 Julij 1822, Stbl. 16. |
— betrekkelijk het doen drukken en uitgeven van staatsstukken, door particulieren. |
| Kon. besl.24 April 1841, Stbl. 11. |
— hoedende intrekking van het besluit van 2 Julij 1822, Staatsbl. 16, en van de verdere, op grond daarvan genomene, en in het Staatsblad vermelde besluiten. |
| Wet 12 Aug. 1849, Stbl. 26. |
— op de invoering van de Pharmacopoea Neerlandica en Nederlandsche apotheek. Art. 2. Het uitsluitend regt van drukken en uitgeven der Pharmacopoea Neerlandica en der Nederlandsche apotheek wordt aan den Staat voorbehouden. De drukker, uitgever, verkooper en verspreider van eenig exemplaar van dit formulierboek, niet van Staatswege gedrukt, uitgegeven of gewaarmerkt, worden gestraft met eene boete van ƒ 100 voor ieder exemplaar door hen gedrukt, uitgegeven, verkocht, verspreid of in hun bezit gevonden, en in geval van onvermogen om die boete te betalen, met gevangenis van eene maand tot twee jaren. |