Deze pagina is proefgelezen
| Art. 21, wet 29 Junij 54. |
De tuchthuisstraffen — — vangen aan met den dag der ten uitvoerlegging. Is de veroordeelde bereids in hechtenis, dan vangen zij aan met den dag der uitspraak, niettegenstaande hooger beroep of voorziening in cassatie. Verstrijkt, hangende het hooger beroep of de voorziening in cassatie, de straftijd, dan blijft echter deze veroordeelde in hechtenis. Worden de oorspronkelijke opgelegde tuchthuisstraffen — — verzwaard, zoo wordt in het geval, in het derde en vierde lid [1]) bedoeld, de laatste opgelegde straf geacht te loopen van den dag der eerste uitspraak. |
| 24. De veroordeling tot de straf van de kaak zal ten uitvoer gebragt worden naar het voorschroft van artikel 22. | 24. La condemnation à la peine du carcan sera exécutée de la manière prescrite par l'article 22. | |
| 25. Geen strafvonnis zal ten uitvoer gebragt mogen worden op eenigen burgerlijken of godsdienstigen feestdag, noch ook op de zondag. | 25. Aucune condamnation ne pourra être exécutée les jours de fêtes nationales ou religieuses, nu les dimanches. | |
| 26. De openbare uitvoering van strafvonnissen zal geschieden op een der pleinen of straten der plaats, bij het vonnis uit te drukken. | 26. L'execution se fera sur l'une des places publiques du lieu qui sera indiqué par l'arrêt de condamnation. |
| (Zie art. 372, Wetb. v. Strafv.) |
| 27. Wanneer eene ter dood veroordeelde vrouw zich zwanger verklaart en wanneer van hare zwangerheid blijkt, zal zij de straf niet dan na hare bevalling ondergaan. | 27. Si une femme condamnée à mort se déclare et s'il est vérfié qu'elle est enceinte elle ne subira la peine qu'après sa délivrance. |
| (Vervangen door art. 456, Wetb. v. Strafv.) |
| 28. Al wie tot de straf van dwangarbeid voor een tijd, van uitbanning, van het tuchthuis, of van de kaak, veroordeeld geweest zal zijn, zal nooit gezworene, of, in wat zaak ook, (als deskundige), berigter of opnemer, mogen zijn; noch als getuige in of over eenige akte of oorkonde mogen staan; noch in regten eenig getuigenis mogen afleggen, verder of anders dan tot het geven van bloote narigten (informatiën). Hij zal geene voogdij, of curatorschap mogen voeren, dan ten aanzien van zijne kinderen, en alleen op het goedvinden van zijne maagschap. |
28. Quiconque aura été condamné à la peine des travaux forcés à temps, du bannissement, de la réclusion ou du carcan, ne pourra jamais être huré, ni expert, ni être employé comme temoin dans les actes, ni déposer en justice, autrement que pour y donner de simples renseignemens. Il sera incapable de tutelle et de curatelle, si ce n'est de ses enfans et sur 'avis seulement de sa famille. |
- ↑ Hier: de twee voorgaande alinea's.