Deze pagina is proefgelezen
| geval beneden de bloote policie-straffen mag zijn. | qu'en aucun cas elle puisse être au-dessous des peines de simple police. |
| Art. 20, wet 29 Junij 54. |
Het art. 463 van het Wetboek van Strafregt kan worden toegepast ook dan wanneer de toegebragte schade de 25 francs te boven gaat, of tegen het wanbedrijf in het Strafwetboek slechts enkele geldboete is bedreigd. Het is toepasselijk in de gevallen van de (volgende) artikelen dezer wet: Art. 5, bij de correctionele straffen, die de straf van de kaak vervangen. Art. 6, bij de correctionele straffen, die de straf van ontzetting van burgerschapsregten vervangen. Art. 10, bij de correctionele straffen, bedreigd op poging tot misdaad. Art. 11, bij herhaling van misdaad of wanbedrijf. Art. 12, bij herhaling na voorafgaande veroordeeling door den militairen strafregter. Art. 14, bij de correctionele straffen, gesteld op misdaden, die volgens deze wet (29 Junij 1854) met correctionele straffen bedreigd worden. Art. 15, bij de correctionele straffen,bij deze wet (29 Junij 1854) gesteld op de gewelddadigheid jegens wettige of natuurlijke ouders of jegens grootouders. Art. 16, bij de correctionele straffen, bij deze wet (29 Junij 1854) gesteld op diefstallen, voorzien bij art. 388 van het Wetboek van Strafregt. Art. 19, bij de correctionele straffen, door deze wet (29 Junij 1854) op de landloopers en bedelaars, bedreigd. |
| Art. 6, wet 29 Junij 54, Stbl. 103. |
De misdrijven, door deze wet ter kennisneming der kantonregters gebragt, verliezen hun kenmerk van wanbedrijf niet; — (derhalve is ook daarop het artikel 463 van het Wetboek van Strafregt toepasselijk). |