Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/177

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
{die nagelaten zullen hebben, terstond en zonder eenige tusschenruimte, in een regelmatig boek of register, de namen, kwaliteiten, vaste woonplaats, dag van aankomst bij hen en van vertrek, op te schrijven, van al wie een nacht in hun huis doorgebragt zou mogen hebben. Diegenen van hen, die nagelaten zouden mogen hebben, dit boek op de bij de reglementen bepaalde tijden of wanneer het van hen gevorderd werd, aan de maires, adjunct-maires, policie-ambtenaren of kommissarissen, of aan degenen, die ten dien einde gesteld zijn, te vertoonen. Alles onverminderd de gevallen van aansprakelijkheid, bij artikel 73 van dit Wetboek vermeld, met opzigt tot de misdaden of wanbedrijven dergenen, die bij hen intrek (logement) of verblijf gehad hebbende, niet naar den regel opgeschreven mogten zijn.

3°. De voerlieden van pakwagens, de karrelieden, of geleiders, drijvers of menners (conducteurs) van welk soort van rijtuigen ook, of van lastbeesten, die zich vergrepen zouden mogen hebben tegen de reglementen, waarbij zij verpligt zijn om zich bestendig bij hunne paarden, wagen- of lastbeesten en bij hunne rijtuigen, bij de hand en in staat te houden om hen te besturen en te geleiden; om slechts eene zijde der straten of openbare wegen in te nemen; om voor alle andere rijtuigen uit den weg te gaan of op zij te wijken, en bij ontmoeting denzelven ten minste de halve straat of weg vrij te laten.


4°. Degenen, die de paarden, trek-, last- of rijbeesten binnen eene bewoonde plaats hebben laten loopen, of de reglementen tegen het overladen, het hard rijden, of kwalijk besturen der rijtuigen overtreden hebben.
maisons garnies, qui auront négligé d'inscrire de suite, et sans aucun blanc, sur un registre tenu régulièrement, les nom, qualités, domicile habituel, dates d'entrée et de sortie de toute personne qui aurait couché ou passé une nuit dans leurs maisons; ceux d'entre eux qui auraient manqué à représenter ce registre aux époques déterminées par les règlements, ou lorsqu'ils en auraient été requis, aux maires, adjoints, officiers ou commissaires de police, ou aux citoyens commis à cet effet; le tout sans préjudice des cas de responsabilité mentionnés en l'article 73 du présent Code, relativement aux crimes ou aux délits de ceux qui, ayant logé ou séjourné chez eux, n'auraient pas été régulièrement inscrits.
3°. Les rouliers, charretiers, conducteurs de voitures quelconques ou de bêtes de charge, qui auraient contrevenu aux règlements par lesquels ils sont obligés de se tenir constamment à portée de leurs chevaux, bêtes de trait ou de charge et de leurs voitures, et en état de les guider et conduire; d'occuper un seul côté des rues, chemins ou voies publiques ; de se détourner ou ranger devant toutes autres voitures, et, à leur approche, de leur laisser libre au moins la moitié des rues, chaussées, routes et chemins.
4°. Ceux qui auront fait ou laissé courir les chevaux, bêtes de trait, de charge ou de monture, dans l'intérieur d'un lieu habité, ou violé les règlements contre le chargement, la rapidité ou la mauvaise direction des voitures.