Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/179

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
staande grond, in welken tijd van het jaar het zijn mag, of in een hakbosch aan een ander toebehoorende.


11°. Degenen, die geweigerd zouden mogen hebben, de echte en onvervalschte geldspeciën en munten van het Rijk, naar de waarde, waarvoor zij gangbaar zijn, aan te nemen.
de monture, sur le terrain d'autrui, ensemencé ou chargé d'une récolte, en quelque saison que ce soit, ou dans un bois taillis appartenant à autrui.
11°. Ceux qui auraient refusé de recevoir les espèces et monnaies nationales, non fausses ni altérées, selon la valeur pour laquelle elles ont cours.
Art.20, wet
26 Nov.1847,
Stbl. 69.
De negotiepenningen zijn geen wettig betaalmiddel. Niemand is verpligt zilveren pasmunt tot een hooger bedrag dan van tien gulden, of koperen pasmunt tot een hooger bedrag dan van één gulden in betaling aan te nemen.
12°. Degenen die, daar in staat toe zijnde, geweigerd of nagelaten zouden mogen hebben, den arbeid of de dienst te doen, of den bijstand te verleenen, die van hen gevorderd mogt zijn bij omstandigheden van ongelukken, oproepen, schipbreuk, overstrooming, brand of andere nood, gelijk ook in geval van rooverijen, plunderingen, betrapping van een misdadiger op heeter daad, bij openbaren kreet, of bij geregtelijke ten uitvoerleggingen (of executiën).
13°. De personen bij artikel 284 en 288 van dit Wetboek aangeduid.
12°. Ceux qui, le pouvant, auront refusé ou négligé de faire [les] travaux, le service, ou de prêter le secours dont ils auront été requis, dans les circonstances d'accidents, tumultes, [naufrage], inondation, incendie, ou autres calamités, ainsi que dans les cas de brigandages, pillages, flagrant délit, clameur publique, ou d'exécution judiciaire.


13°. Les personnes désignées aux articles 284 et 288 du présent Code.
476. Boven en behalve de geldboete bij het vorig artikel gesteld, zal, naar de omstandigheden, een gevangenis van ten hoogste drie dagen gewezen mogen worden tegen de overtredende voerlieden van pakwagens, de karrelieden, en andere geleiders, menners, of drijvers (conducteurs); tegen degenen, die met hard rijden, kwalijk besturen of overladen van rijtuigen of beesten, zich tegen de wet vergrepen hebben; tegen de verkoopers en vertierders van vervalschte dranken; tegen diegenen die met harde ligchamen of vuiligheden geworpen zullen hebben. 476. Pourra, suivant les circonstances, être prononcé, outre l'amende portée en l'article précédent, l'emprisonnement pendant trois jours au plus, contre les rouliers, charretiers, voituriers et conducteurs en contravention; contre ceux qui auront contrevenu à la loi par la rapidité, la mauvaise direction, ou le chargement des voitures ou des animaux; contre les vendeurs et débitants de boissons falsifiées; contre ceux qui auraient jeté des corps durs ou des immondices.
477. Aangehouden en verbeurdver-klaard zullen worden: 477. Seront saisis et confisqués,