Deze pagina is proefgelezen
| 1°. De tafels, gereedschappen, en toestel van spelen of loterijen, op de straten en openbare wegen gehouden, gelijk ook de inlagen, de potgelden, de waren, de prijzen of gewinnen, aan de spelers voorgesteld, in het geval van artikel 476. 2°. De vervalschte dranken, bevonden wordende aan den verkooper en vertierder toe te behooren. Deze dranken zullen uitgestort worden. 3°. De onzedelijke geschriften of prenten. Deze zullen op den papiermolen verstampt worden. |
1°. Les tables, instruments, appareils des jeux ou des loteries [établis] dans les rues, chemins et voies publiques, ainsi que les enjeux, les fonds, denrées, objets ou lots proposés aux joueurs, dans le cas de l'article 476; 2°. Les boissons falsifiées, trouvées appartenir au vendeur et débitant: ces boissons seront répandues; 3°. Les écrits ou gravures contraires aux moeurs: ces objets seront mis sous le pilon. |
| (Zie art. 287, 318, 410.) |
| 478. De straf der gevangenis van ten hoogste vijf dagen, zal, in geval van herhaling van overtreding, altijd tegen alle de personen bij artikel 475 vermeld, gewezen worden. | 478. La peine de l'emprison-nement pendant cinq jours au plus, sera toujours prononcée, en cas de récidive, contre toutes les personnes mentionnées dans l'article 475. |
| Art.20, wet 29 Junij 54. |
— — — De toepassing der — bedreigde gevangenisstraf is in geen geval meer verpligtend. |
DERDE AFDEELING. |
SECTION III. |
|
Derde soortverdeeling of klasse. |
Troisième classe. |
|
| 479. Met een geldboete van elf tot vijftien franken ingesloten, zullen gestraft worden: 1°. Degenen, die buiten de gevallen van artikel 434 tot 462, en dit ingesloten, opzettelijk aan eens anders roerende eigendommen schade toegebragt zullen hebben. 2°. Degenen, die den dood of kwetsuren van melk- of slagtbeesten of andere dieren, aan een ander toebehoorende, veroorzaakt zullen hebben, door het los laten loopen van krankzinnigen of die niet wel bij het hoofd zijn, of van wilde (of) kwaadaardige dieren, of door het hard rijden, kwalijk besturen, |
479. Seront punis d'une amende de onze à quinze francs inclusivement: 1°. Ceux qui, hors les cas prévus depuis l'article 434 jusque et compris l'article 462, auront volontairement causé du dommage aux propriétés mobilières d'autrui; 2°. Ceux qui auront occasionné la mort ou la blessure des animaux ou bestiaux appartenant à autrui, par l'effet de la divagation des fous ou furieux, ou d'animaux malfaisants ou féroces, ou par la rapidité ou la mauvaise direction ou le chargement excessif des |