Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/19

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
blijft bezwaard met de wettige schulden ten beloope tot het volle bedrag van de waarde der verbeurdverklaarde goederen; met de last, van aan de kinderen of verdere afkommelingen de helft van dat gedeelte uit te keeren, dat de vader hun niet had kunnen ontmaken:
En bovendien, met het onderhoud van degenen aan wie dit naar regte verschuldigd is
.
demeure grevée de toutes les dettes légitimes jusqu'à concurrence de la valeur des biens confisqués, de l'obligation de fournir aux enfans ou autres descendans une moitié de la portion dont le père n'aurait pu les priver.
De plus, la confiscation générale demeure grevée de la prestation des alimens à qui il en est dû de droit.
39. De keizer zal over de verbeurdverklaarde goederen kunnen beschikken, ten voordeele, hetzij van den vader, de moeder, of andere nabestaanden in de opgaande linie, hetzij van de weduwe, hetzij van de kinderen, of verdere wettige afkomelingen, natuurlijke of aangenomene, hetzij van andere nabestaanden van den veroordeelde. 39. L'Empereur pourra disposer des biens confisqués, en faveur, soit des père. mère ou autres ascendans, soit de la veuve, soit des enfans ou autres ascendans légitimes, naturels ou adoptifs, soit des autres parens du condamné.

TWEEDE HOOFDSTUK.

CHAPITRE II.

Van de straffen in zake wanbedrijf.

Des peines en matière correctionnelle.

40. Al wie tot de straf van gevangenzetting veroordeeld zal zijn, zal in een verbeterhuis opgesloten, en daar gebruikt worden aan een der verschillende soorten van arbeid, aldaar naar de inrigting van dat huis plaats hebbende, tusschen welke hij zal mogen verkiezen.
Deze straf zal voor niet minder dan zes dagen opgelegd worden, en ook voor niet meer dan vijf jaren, behalve in geval van herhaling van wanbedrijf, en waar de wet eenige andere bepaling zou mogen voorschrijven.
De straf van een dag gevangenzetting duurt vier-en-twintig uren.

Die van eene maand duurt dertig dagen.
40. Quiconque aura été condamné à la peine d'emprisonnement, sera renfermé dans une maison de correction: il y sera employé à l'un des travaux établis [dans] cette maison, selon son choix.
La durée de cette peine sera au moins de six jours, et de cinq années au plus; sauf les cas de récidive ou autres où la loi aura déterminé d'autres limites.
Le peine à un jour d'emprisonnement est de vingt-quatre heures.

Celle à un mois est de trente jours.
Art. 7, wet
29 Junij 54.
De bepaling van art. 2 der wet van 28 Junij 1851 (Stbl. 68) wordt uitgestrekt tot de gevallen, waarin de regter de gevangenisstraf voor twee jaren of minder zoude hebben uitgesproken.
Wet 28Junij
51, Stbl. 68.
Art. 1. Bij veroordeeling tot correctionele gevangenisstraf kan de regter, met inachtneming van het bepaalde bij artt. 2 en 3, be-