Deze pagina is proefgelezen
| Art. 21, wet 29 Junij 54. |
De — — gevangenisstraffen vangen aan met den dag der ten uitvoerlegging. Is de veroordeelde bereids in hechtenis, dan vangen zij aan met den dag der uitspraak, niettegenstaande hooger beroep of voorziening in cassatie. Verstrijkt, hangende het hooger beroep of de voorziening in cassatie, de straftijd, dan blijft echter deze veroordeelde in hechtenis. Worden de oorspronkelijk opgelegde — — gevangenisstraffen verzwaard, zoo wordt in het geval, in het derde en vierde [1]) bedoeld, de laatst opgelegde straf geacht te loopen van den dag der eerste uitspraak. |
| Art. 17, wet 29 Junij 54. |
De poging enz. De gevangenisstraf tegen wanbedrijven, in deze wet (29 Junij 1854) en in het Strafwetboek bedreigd, wordt echter bij strafbare poging met een derde verminderd. Indien enz. |
| Wet 22 Apr. 1864, Stbl. 29. |
Art. 2. Deze (de bij deze wet bedoelde) gevangenisstraf wordt niet aangemerkt, als eene andere straf van de geldboete. Zij wordt door hen, die wegens misdaad of wanbedrijf zijn veroordeeld, op dezelfde wijze en in dezelfde gevangenis ondergaan als de correctionele gevangenisstraf, en door hen, die wegens overtreding zijn veroordeeld, op dezelfde wijze en in dezelfde gevangenis als de politiegevangenisstraf. Wanneer de hoofdstraf in eenzame opsluiting moet worden ondergaan, ook dan wanneer die voor den tijd van een jaar is opgelegd, bepaalt de regter, dat de gevangenisstraf, die, bij wanbetaling, in de plaats der geldboete treedt, op gelijke wijze zal worden uitgevoerd, met inachtneming der bij art. 2 der wet van den 28 Junij 1851, (Stbl. 68) vastgestelde verhouding. Art. 3. De gevangenisstraffen, die, ter vervaning van onderscheidene geldboeten, bij hetzelfde vonnis of arrest worden opgelegd, kunnen te zamen den tijd van een jaar niet te boven gaan. De gevangenisstraf, die de geldboeten vervangt, wordt opgelegd ook dan, wanneer andere bij hetzelfde vonnis of arrest opgelegde straffen het bij de wet gestelde maximum hebben bereikt. De bepalingen van dit artikel zijn ook toepasselijk wanneer blijkt dat de beklaagde te voren, doch na het plegen van het feit, hetwelk het onderwerp zijner teregtstelling uitmaakt, ter zake van andere misdrijven is veroordeeld geweest. |
| 41. De opbrengst des arbeids van ieder gevangene in een verbeterhuis, zal be- | 41. Les produits du travail de chaque détenu pour délit correc- |
- ↑ Hier: de twee voorgaande alinea's.