Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/248

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
den Staat, 96—99. Straffeloosheid, 100, 108. Verhindering van uitoefening van burgerschapsregten, 109, 110. Bij wederstand tegen openbare magt, 213. Mishandeling enz, gepleegd door —, 313, tot plundering van eetwaren enz., 440—442.
Berisping van het openbaar gezag bij kerkelijke redevoeringen, 201. — bij kerkelijke geschriften, 204.
Beschadiging; zie gedenkstukken, werken, verbreking, vernieling.
Beschuldiging; vervolging in regte, zonder wettige stelling in staat van —, 122.
Beurzensnijderijen, 401.
Bewindslieden der hooge regering. Verraad van geheimen door —, 80. Overlevering van kaarten, plans enz, aan den vijand, 81 volg. Bevelen gegeven tegen — ter zake hunner functiën, buiten last der hooge regering, 129.
Bijstand; weigering van — bij brand en andere ongevallen, 475: 12.
Boomen; het vellen, beschadigen van—of enten, 445—448, 450.
Bosschen; zie brandstichting.
Braak, 393—396; zie zegel.
Brand; ontstaan van — door onvoorzigtigheid, nalatigheid enz., 458; zie bijstand.
Brandstichting van 's lands gebouwen, schepen enz., 95. — van gebouwen enz., 434.
Brieven; terughouden en openen van — 187. Onbevoegd vervoer van —, 258. Verbreking van geheimen, 378; zie zegel.
Bruggen; zie vernieling.
Burgerlijke stand; misdrijven van ambtenaren van den —, 192—195. Misdrijven die den — in gevaar kunnen brengen, 199, 200, die het bewijs van den — in gevaar brengen, 345 volg. Burgerschapsregten; misdrijven tegen de uitoefening der —, 109.
Burgerschapsregten; zie dégradation civique.
Burgerschaps- en burgerlijke regten; ontzegging van regten bij (art. 8, wet 29 Junij 1854), 9, 29, 42, 43, 109, 113, 171, 185, 187, 197, 335, 374, 383, 384, 386, 401, 405, 406, 407, 410; zie verder de gevallen bij dégradation civique, kaakstraf.
Certificaat; zie getuigschrift.
Conflicten van attributiën, 128.
Constitutie; zie staatsregeling.
Concussie; zie knevelarij.
Débauche; het bevorderen van onzedelijkheid, 334, 335.
Dégradation civique; vervangen door correctionele gevangenisstraf enz., 8, 34, 56, 114, 119, 121, 122, 126, 127, 130, 167, 183, 366.
Deportatie, 7, 17, 18, 56, 67, 82, 84, 94, 98, 124, 189, 198, 200, 205, 206, 272.
Desertie; begunstiging van —, 77.
Diefstal door verbreking van zegel, 253. Verdediging tegen —, 329. — onder verschillende omstandigheden, 379—401.
Dienst; weigering van verschuldigde —, 234; zie bijstand.