Deze pagina is proefgelezen
Dieren; vergiftiging van —, 452. Het buiten noodzaak dooden van 453—455. Het laten loopen van — in bewoonde plaatsen, 475: 4. — van kwaadaardige —, 475: 7, 479: 1. — over eens anders grond, 475: 10 — en daardoor veroorzaken van schade aan eens anders vee enz., 479: 2, 480. Het beschadigen van eens anders — door onhandig gebruik van wapenen enz., 479: 3, 480.
Dijken; zie vernieling.
Dijksmaterialen; diefstal van —, 379.Vernieling van —, 437.
Dood (burgerlijke), 18.
Doodslag; zie manslag, moord.
Doodstraf, 7, 12, 56, 67, 83, 87, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 125, 231, 233, 302, 304, 316, 344, 365, 381, 434, 435. Vervangen door tuchthuisstraf, 132, 139, 302, 304, 434, 435.
Doorgraving; zie inklimming.
Dranken; verkoopen van vervalschte, — 475: 6, 477; zie eetwaren.
Droomuitleggers, 479: 7, 480, 481.
Drukpers; het drukken met krenking van den eigendom des schrijvers, 425—429; zie geschriften, tooneel.
Dwang; feitelijkheid om iets van eenen ambtenaar te verkrijgen, 179; zie afpersing, overmagt.
Dwangarbeid; vervangen door tuchthuisstraf, 7, 15—20, 22, 23, 47, 56, 67, 99, 118, 133, 134, 140, 145, 146, 147, 148, 158, 169, 170, 173, 198, 210, 240, 243, 251, 255, 256, 267, 304, 305, 310, 316, 317, 332, 333, 341, 342, 355, 356, 361—365, 381—385, 400, 402—404, 432, 436, 437, 440, 442. — Vervangen door gevangenisstraf, 383, 384.
Eed; valsche —, 366. Uitoefening van dienst vóór het afleggen van den —, 196.
Eenzame opsluiting, 40.
Eerbaarheid; provocatie door aanslag op de —, 325; zie zeden.
Eereteekenen; het onbevoegd dragen van — 259.
Eetwaren; verkoop van — met schadelijke inmengsels, 318. Vervalsching van — of dranken door schippers of voerlieden, 387. Het bedriegelijk doen rijzen of dalen der prijzen van —, 420. Plundering van —, 442.
Effecten; vervalsching van staatspapieren, 139. Het doen rijzen of dalen van den cours van —, 419. Weddingschap daaromtrent, 421, 422.
Eigendommen; misdrijven tegen, 379. Plundering van openbare —, 96—99.
Enten; zie boomen.
Erven; diefstal door het verzetten of wegnemen van palen enz., dienende tot afscheiding van —, 389; zie verbreking.
Fabrieken; overtreding van reglementen betrekkelijk —, 418. Openbaar maken van geheimen van —, 413, 418. Vermenging van schadelijke bestanddeelen in fabriekgoederen, 443; zie arbeiders, nijverheid.
Failliet; zie bankbreuk.
Feitelijkheden; zie geweldpleging.
Gaauwdieverijen, 401.