Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/252

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
Grond; het gaan over eens anders —, 471: 13, 475: 9. Het latenloopen van vee over eens anders —, 471: 14, 475: 10.
Hagen of heggen; het verbreken van —, 456.
Handteekening; afpersing van — door dwang, 400.
Hazardspelen op straat, 475: 5, 477.
Heelmeesters; zie afdrijving, geneesheer.
Heeterdaad; ontdekking op —, 324.
Helen; het van gestolen of door misdrijf verkregen goederen, 62, 63, 380; zie schuilplaats, verbergen.
Herbergen; diefstal in —, 386.
Herbergier; verantwoordelijkheid van —, 73, 74. Inschrijving onder valschen naam, 154. Diefstal door —, 386. Vertoonen van onbehoorlijke registers, of weigeren van die te vertoonen, 475: 2. Branden van lichten, 471: 3.
Herdershutten; vernieling van —, 451.
Herhaling van misdrijf, 56, 58, 474, 478, 482, 483.
Herstelling van eer, 226, 227.
Honden; ophitsen van —, 475: 7.
Hoon en laster, 367.
Huis; het indringen in iemands —, 184. — door bedelaars, 276. Diefstal in een bewoond —,381, 384, 386, 390; zie gebouwen.
Huisdieren; zie dieren.
Huisvesting; zie schuilplaats, verbergen.
Hulp; verleenen van — aan den vijand, 77; zie bijstand, gevangenis, medepligtigheid.
Huwelijk; dubbel —, 195, 340; zie godsdienstleeraars.
Inhechtenisstelling; zie aanhouding.
Inklimming, 381, 384, 397.
Intressen; zie schadeloosstelling, woeker.
Jaren; zie ouderdom.
Juweelen; zie gesteente.
Kaakstraf, 8, 22, 23, 24, 56, 67, 68. Vervangen door gevangenisstraf enz., 111, 143, 177, 179, 228, 263.
Kerkgenootschappen; toezigt op —, 291.
Keurmerken; het namaken enz, van Staats —, 141. — van bijzondere inrigtingen, 142; zie fabrieken, valschheid.
Kiesregt, verhindering in de uitoefening van —, 109, 110. Vervalsching, verduistering van biljetten, 111, 112. Verkoop van stemmen, 113.
Kind, gewelddadigheid van een — jegens zijne ouders enz., 312. Wegmaking, onderschuiving van een —, 345. Niet aangifte der geboorte van een —, 346. Niet aangifte van een gevonden —, 347. Het brengen van een aanvertrouwd — naar een godshuis, 348. Het te vondeling leggen van een —, 349. Ontvreemding door een —, 380.
Kindermoord, 300, 302.
Kloppers; het namaken of vervalschen van Staats —, 41, 142.
Knevelarij, 174.
Koophandel; verboden aan militaire of administrative bevelhebbers, 176; zie koopwaren, nijverheid.