Deze pagina is proefgelezen
Koopwaren; schending van reglementen omtrent —, 413. Bedrog bij verkoop van —, 423. Het bedriegelijk doen stijgen of dalen van den prijs van —, 419, 422. Het opzettelijk bederven van —, 443; zie keurmerken, schippers, voerlieden.
Kosten; geregts —, 52, 53, 55, 469.
Krankzinnigheid, 64. Het laten loopen van krankzinnigen, 475: 7. Het daardoor veroorzaken van schade, 479: 2.
Krijgsdienst; inschrijving tot de ― (conscriptie), 235.
Krijgsgewaad; diefstal door 't aanwenden van —, 381, 384; zie aanmatiging.
Krijgslieden; het werven van — zonder last van het wettig bestuur, 92.
Krijgswezen; de bep. van het Strafwetboek niet toepasselijk op het —, 5.
Kunstenarijen (listige en bedriegelijke); opligting, 405; zie medepligtigheid.
Kunstwerken; muzijk-, teeken-, schilderstukken enz.; zie drukpers, geschriften.
Kwaaddoeners; moord door — die daarbij wreedheden plegen, 303; zie verbindtenis, schuilplaats.
Landbouw; zie gereedschappen, oogst.
Landen; zie grond.
Landlooperij, 269—273, 277, 282.
Laster, 367—374; zie aanbrenging.
Leermeesters; verkrachting, 333. Te vondeling leggen door —, 350.
Leerredenen; zie godsdienstleeraars, opruijing.
Letterkundige, eigendom van — werken; zie drukpers, genootschappen, vereenigingen.
Leveranciers; het verbreken van de dienst der — en hunne agenten of bedienden, 430—432. Bedrog in het aangenomene of geleverde, 433.
Liedjes tegen de goede zeden, 287, 477; zie geschriften.
Lijfsdwang, 52, 53, 55, 469. Loonbedienden; diefstal door —, 386.
Loterijen; het houden van — zonder magtiging, 410. — op de straten, 475: 5, 477.
Magistraatspersoon: zie ambtenaar.
Magt; zie aanmatiging, gezag, medepligtigheid.
Majesteit; gekwetste 86, 104.
Manslag, 295, 304. — door kwaaddoeners gepleegd, met wreedheden, 303. — vergezeld van een ander misdrijf, 304. Onwillige —, 319. Verschoonbare —, 321—326. — die geen misdrijf daarstelt, 327—329. — bij vernieling van gebouwen, 437.
Maten en gewigten; bedrog door middel van —, 423, 424. Het voorhanden hebben van valsche —, 479: 5, 480, 481. Het gebruiken van onwettige —, 479: 6, 480, 481.
Medepligtigheid, 59, 60, 61, 62, 63; zie staat.
Merken; zie keurmerken.
Messen en rottingen; zie wapenen.
Mijnen; het vernielen van staatsgebouwen, schepen enz., door het doen{{alinea/e>