Deze pagina is proefgelezen
Titels; diefstal door het aannemen van valsche —, 381, 382, 384; zie aanmatiging.
Tooneel; het vertoonen van stukken op het — in verkorting der regten van eigenaren, 428, 429.
Tuchthuisstraf; 7, 21, 23, 47, 56, 67, 71, 72, 104, 134, 139, 141, 142, 150, 151, 156, 158, 174, 181, 182, 188, 198 › 210, 232, 239, 241, 251, 255, 268, 279, 309, 312, 317, 331, 345, 354, 362, 386, 387, 388, 389, 399, 418, 430, 437, 439, 441. — vervangen door de gevangenisstraf, 231, 309, 386. — vervangende de dwangarbeid en doodstraf.
Uitbanning, 8, 32, 33, 35, 48, 56, 67, 81, 84, 85, 102, 110, 115, 124, 155, 158, 160, 202, 203, 204, 208, 229.
Uitwasemingen, het leggen van voorwerpen, die schadelijke — veroorzaken, 471: 6.
Vadermoord, 13, 299, 302, 323.
Val; het plaatsen van voorwerpen, dat zij door hunnen — schade kunnen veroorzaken, 471: 6.
Valschheid, 145—165. — in openbare geschriften door ambtenaren, 145, 146, 148. — in openbare geschriften van koophandel enz., 147. Gebruik maken daarvan, 148. — in onderhandsche geschriften, 150, 151. — in paspoorten, reisorders, getuigschriften enz., 153—162. Onbekendheid met de ―, 163. — te straffen met geldboete, 164.
Vee; diefstal van — uit de weide, 388. Vergiftiging van —, 452. Het toebrengen van schade aan — door het laten loopen van krankzinnigen, dieren of het hard rijden, 479: 2, 480.
Veeziekte, 459—462.
Veiligheid van den Staat; zie Staat.
Verantwoordelijkheid van herbergiers, wegens misdrijven, van hen, die ten hunnent intrek hadden, 73, 475: 2. — in andere gevallen, 74.
Verberging; van spionnen, 83. ― van misdadigers, 248. — van een kind, 345. — van lijken van overledenen door verwonding, 359. zie schuilplaats.
Verbeurdverklaring; algemeene (afgeschaft) 7, 37, 38, 39, 75, 76, 77, 81, 86, 87, 91, 92, 93—97, 125, 132, 139. Speciale —, 11, 176, 286, 287, 314, 318, 364, 413, 423, 427, 428, 429, 470, 477, 481.
Verbindtenis van kwaaddoeners, 265. — van bedelaars, 276.
Verbreking van zegels, 249 volg. — van afsluiting, 456; zie gedenkstukken, herdershutten, perken.
Verduistering; door comptabele ambtenaren, 169. — van archiven, registers en andere bescheiden door ambtenaren, 254—256. — van processtukken, 409.
Vereenigingen; godsdienstige, letterkundige, staatkundige —, 291—294; zie aanslag, benden, plundering.
Vergiften; het verkoopen van —, 318
Vergiftiging, 301, 302. — van dieren en visschen, 452.
Verhelen; zie aangifte, schuilplaats, verberging.