Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/258

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
Verkoopingen; het belemmeren der vrijheid van bieden bij —, 412.
Verkrachting, 331—333.
Vernieling van 's lands gebouwen enz., 95. — van gedenkstukken enz., 257. — van gebouwen, schepen, bruggen, dijken, wegen en andere werken, 434, 435, 437. — of het verbranden van bescheiden, effekten, bankpapieren enz., 439. — van boomen, 445, 446, 448, 450. — van enten, 447, 450; zie plundering, verbreking.
Vernietiging van werktuigen tot het plegen van misdrijf, 11.
Verpachtingen; het belemmeren der vrijheid van bieden bij —, 412.
Verschoonbare misdrijven, 65, 100, 106, 107, 247, 248, 321—326.
Verstandhouding met vreemde mogendheden, 76. — met den vijand, 77—85. — met onwettige benden, 96. — met vreemde mogendheden, door godsdienstleeraars, 207, 208. — met leveranciers, 430—433.
Vertrouwen; misbruik van —, 406—408.
Verwonding van ambtenaren, 228—233. —, die eene ziekte van meer dan twintig dagen veroorzaakten, 309, 310. — die geene ziekte veroorzaakten, 311. — van ouders, 312. — bij onvoorzigtigheid, 320. Hoofden van oproerige zamenrottingen, verantwoordelijk voor de gepleegde — 313. — bij provocatie, 321. — die geen misdrijf daarstellen, 327—329. — aan een kind toegebragt door te vondeling leggen, 351. — bij vernieling van gebouwen enz., 437.
Verzachtende omstandigheden; art. 9 wet 29 Junij 1864, sub art. 36, 463, 464.
Vijvers; diefstal uit —, 388.
Visch; diefstal van —, 388. Vergiftiging van —, 452.
Voerlieden; diefstal door —, 386. Vervalsching van toevertrouwde goederen door —, 387. Overtreding der reglementen op het voerwezen, en door het hard rijden, 475: 3, 4, 476, 479: 2, 480.
Voogden; verkrachting, 333. Te vondeling leggen, 350.
Voorbedachte raad, 297. Geweld tegen ambtenaren met —, 232. Toebrengen van verwonding met —, 310. Toebrengen van slagen met —, 311.
Vondeling; te — leggen van een kind, 349—353.
Vonnissen; zie aanplakking, openbaarmaking.
Vrede; misdrijven tegen den openbaren, 61, 76 volg.
Vreemdelingen; landloopers of bedelaars, 272, 274.
Vrijheid, daden van geweld, die inbreuk maken op de —, 114, 120.
Vroedvrouwen; zie geheimen.
Vrouw; ter dood veroordeelde —, die zwanger is, 27.
Vruchten, plukken en eten van op de plaats zelve, 471: 9.
Vuilnishoopen; overtreding der reglementen op de —, 471: 5; zie onreinheden.
Vuurplaatsen; zie schoorsteenen.
Vuurwerken; verbod om — af te steken, 471: 2, 472.
Waarschuwing; militaire —, 100, 213.
Wanbedrijf, 1, 40.