Deze pagina is proefgelezen
Wapenen; het verschaffen van — (bij medepligtigheid), 60. Het dragen van — tegen den Staat, 75. Begunstiging der vijandelijke —, 77. Het wapenen van burgers tegen burgers, 91. Het verschaffen van — aan onwettige benden, 96. Wat te verstaan door —, 101. Wederspannigheid met gebruik van —, 210, 216, 218. Het verschaffen van — tot ontvlugting van gevangenen, 241, 243. Verschaffen van —aan kwaaddoeners, 268. — in het bezit van bedelaars en van landloopers, 277. Het maken, verkoopen en dragen van verboden —, 314. Diefstal door middel van — 381, 382, 385. Het achterlaten van — op straten, wegen enz., 471: 7, 472. Het veroorzaken van den dood of de verwonding van een dier door het verkeerd gebruik maken van —, 479: 3, 480.
Wederstand; zie ambtenaren, beambten.
Weerspannigheid; zie ambtenaren, arbeiders, beambten, feitelijkheden, gevangenen, godshuizen.
Weg; diefstal op den openbaren —, 383. Belemmering van den openbaren — 471: 4.
Wegvoering naar een oord van ballingschap; zie deportatie.
Weide; diefstal uit de —, 388. — vernieling van landbouw—gereedschappen op de —, 451.
Werken (openbare); beschadiging, vernieling van — ten algemeenen nutte, 257. Verzet tegen het daarstellen van —, 438.
Werklieden; zie arbeiders.
Werktuigen; het verschaffen van — aan gewapende benden, 96. Het verschaffen van — tot plegen van misdrijf (medepligtigheid), 60. Tot ontvlugting van gevangenen, 241—243. — in het bezit van landloopers of bedelaars, 277. Het achterlaten van — op het land enz., 471: 7, 472; zie verbeurdverklaring, vernietiging.
Werven van krijgslieden; het — zie krijgslieden, benden.
Wetgevende magt; inmenging in de — door regters, 127.
Wetten; het schorsen van de werking der —, 127, ten aanzien van hetgeen, waaromtrent bij het Strafwetboek niet is voorzien, 484.
Wijnoogst, overtreding der reglementen omtrent den — 475: 1.
Willekeur; daden van — inbreuk makende op de vrijheid, 114, 115, 118; zie aanhouding.
Winkels; het dwingen enz, tot het openen of sluiten van — gedurende godsdienstige feestdagen, 260.
Woeker, 405.
Woning; indringen in iemands —, 184.
Woonplaats; bevel om zich te verwijderen van de — des beleedigden, 229; zie ambtenaar.
Wreedheden; gepleegd door kwaaddoeners, 303; zie pijniging.
Zamenheuling van ambtenaren van den burgerlijken stand, 195.
Zamenkomsten; zie vereenigingen.
Zamenrotting; zie aanslag, benden, plundering.
Zamenspanning; zie aangifte, aanslag, ambtenaren, arbeiders, gevangenen, godshuizen, plundering, verbindtenis.