Deze pagina is proefgelezen
TWEEDE BOEK. |
LIVRE II. |
Van de wegens misdaden of wanbedrijven strafbare, verschoonbare, of aansprakelijke personen. |
Des personnes punissables, excusables ou responsables, pour crimes ou pour délits. |
(vastgesteld den 18 van sprokkelmaand 1810, afgekondigd den 23 derzelfde maand). |
(loi décrétée le 18 février 1810, promulguée le 23 du même mois). |
EENIGSTE HOOFDSTUK. |
CHAPITRE UNIQUE. |
|
| 59. De medepligten aan een misdaad of wanbedrijf zullen met dezelfde straf gestraft worden als de hoofddaders zelven; behoudens de gevallen, waarin de wet anders bepaald zou mogen hebben. | 59 Les complices d'un crime ou d'un délit seront punis de la même peine que les auteurs mêmes de ce crime ou de ce délit, sauf les cas où la loi en aurait disposé autrement. |
| (Zie art. 63, 198, 292, 313, 317, 380). |
| 60. Als medepligtige aan een feit, met den naam van misdaad of wanbedrijf bestempeld, zal gestraft worden, wie door gaven, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of magt, of ook door listige en schuldige kunstenarijen, iemand tot dat feit uitgelokt of opgeruid, of tot het plegen daarvan onderrigt gegeven zal hebben; Wie wapenen, werktuigen, of welk ander middel ook, dat tot het feit gediend heeft, verschaft zal hebben, met voorweten dat zij daartoe dienen zouden; Wie des bewust zijnde, den dader of de daders van het feit, in de bedrijven die dienden om het voor te bereiden of te doen gelukken, of in de bedrijven, die het voltooiden, bijgestaan of geholpen zal hebben: behoudens de straffen, bij dit Wetboek bepaald, tegen aanlegers van zamenspanningen, uitlokkingen, of opruijingen ter verstoring van de in- of uitwendige veiligheid van den Staat, zelfs in gevalle de misdaad door de zamenspanners, uitlokkers of opruijers beoogd, niet tot dadelijkheid gekomen mogt zijn. |
60. Setont punis comme complices d'une action qualifée crime ou délit, ceux qui, per dons, promesses, menaces, abus d'autorité ou de pouvoir, machinations ou artifices coupables, auront provoqué à cette action, ou donné des instructions pour la commettre; Ceux qui auront procuré des armes, des instrumens, ou tout autre moyen qui aura servi à l'action, sachant qu'ils devaient y servir; Ceux qui auront, avec connaissance, aidé ou assisté l'auteur ou les auteurs de l'action, dans les faits qui l'auront préparée ou facilitée, on dans ceux qui l'auront consommée; dans préjudice des peines, qui seront spécialement portées par le présent Code contre les auteurs de complots on de provocations attentatoires à la sûreté intérieure ou extérieure de l'État, même dans le cas où le crime qui était l'objet des conspirateurs ou des provocateurs n'aurait pas été commis. |
| Uitgebreid bij art. 1, wet 16 Mei 1829, Stbl. 34. |