Deze pagina is proefgelezen
| des onderscheids gehandeld heeft, vrijgesproken worden, maar hij zal, naar gelange der omstandigheden, aan zijne nabestaanden terug gegeven, of in een verbeterhuis gebragt worden, ten einde gedurende zoo veel jaar als het vonnis bepalen zal, aldaar opgevoed en in hechtenis gehouden te worden. Hetgeen echter het tijdstip der volkomen bereiking van zijn twintig jaren niet te buiten zal mogen gaan. | il sera acquitté; mais il sera selon les circonstances, remis à ses parens, ou conduit dans une maison de correction, our y être élévé et détenu pendant tel nombre d'années que le jugement déterminera, et qui toutefois ne pourra excéder l'époque où il aura accompli sa vingtième année. |
| (Zie artt. 119, 136 Wetb. v. Strafv.) |
| 67. Zoo het uitgemaakt is, dat hij met oordeel des onderscheids gehandeld heeft, zullen de straffen uitgewezen worden als volgt: Indien hij in de doodstraf, de straf van eeuwigen dwangarbeid (tuchthuisstraf van vijf tot twintig jaren), of van wegvoering naar een oord van ballingschap vervallen is, zal hij tot de straf eener tien- of twintigjarige gevangenzetting in een verbeterhuis veroordeeld worden; Indien hij in de straf van den dwangarbeid voor een tijd (tuchthuisstraf van vijf tot vijftien jaren) of in die van tuchthuis (van vijf tot tien jaren) vervallen is, zal hij tot gevangenzetting in een verbeterhuis veroordeeld worden voor een derde op het minst, en voor de helft op het hoogst, van den tijd, waarvoor hij tot een dezer straffen had mogen veroordeeld worden. In alle deze gevallen zal hij, bij het vonnis, voor vijf jaren ten minste en ten hoogste voor tien jaren, onder het toezigt der hooge policie gesteld mogen worden. Indien hij in de straf van de kaak of van uitbanning vervallen is, zal hij tot gevangenzetting in een verbeterhuis voor den tijd van een tot vijf jaren veroordeeld worden. |
67. S'il est décidé qu'il a agi avec discernement, les peines seront prononcées ainsi qu'il suit: S'il a encouru la peine de mort, des travaux forcés à perpétuité, ou de la déportation, il sera condamné à la peine de dix à vingt ans d'emprisonnement dans une maison de correction; S'il a encouru la peine des travaux forcés à temps, ou de la réclusion, il sera condamné à être renfermé dans une maison de correction pour un temps égal au tiers [au] moins et à la moitié au plus de celui auquel il aurait pu être condamné à l'une de ces peines; Dans tous ces cas, il pourra être mis, par l'arrêt ou le jugement, sous la surveillance de la haute police, pendant cinq ans au moins et dix ans au plus. S'il a encouru la peine du carcan ou du bannissement, il sera condamné à être enfermé, d'un an à cinq ans, dans une maison de correction. |
| Art. 5 wet 29 Junij 54 |
(De straf der kaak als op zich zelve staande straf — —), is vervangen door eene correctionele gevangenisstraf van drie tot vijf jaren, en ontzetting van de regten, in art. 8 dezer wet (29 Junij 1854) vermeld, voor vijf tot tien jaren. |