Deze pagina is proefgelezen
TWEEDE HOOFDSTUK. |
CHAPITRE II. |
Van de misdaden en wanbedrijven tegen de Staatsregeling (of constitutie des Rijks). |
Des crimes et délits contre les constitutions de l'Empire. |
EERSTE AFDEELING. |
SECTION I. |
|
Misdaden en wanbedrijven, betrekkelijk tot de uitoefening der burgerschapsregten. |
Crimes et délits rélatifs à l'exercice des droits civiques. |
|
| 109. Wanneer een of meer burgers, door middel van zamenrotting, dadelijkheden, of dreigementen, verhinderd zullen zijn hunne burgerschapsregten uit te oefenen, zal ieder der schuldigen gestraft worden met eene gevangenzetting ten minste voor zes maanden, en ten hoogste voor twee jaren, en met ontzetting van het regt van stemgeving en stembaarheid, gedurende ten minste vijf, en ten hoogste tien jaren. | 109 Lorsque, par attroupement, voies de fait ou menaces, on aura empêché un ou plusieurs citoyens d’exercer leurs droits civiques, chacun des coupables sera puni d’un emprisonnement de six mois au moins et de deux ans au plus, et de l’interdiction du droit de voter et d’être éligible, pendant cinq ans au moins et dix ans au plus. | |
| 110. In geval deze misdaad gepleegd is geworden, ingevolge van een beraamd opzet, bestemd om hetzij door het gansche Rijk, [1]) hetzij in een of meer gemeente-ringen (arrondissemens-communaux) in uitvoer gebragt te worden, zal de straf in uitbanning bestaan. | 110. Si ce crime a été commis par suite d'un plan concerté pour être exécuté soit dans tout l'Empire, soit dans un ou plusieurs départements, soit dans un ou plusieurs arrondissements communaux, la peine sera le bannissement. | |
| 111. Ieder burger, die bij eene stemming belast zijnde met het opnemen van de stembriefjes der burgeren, betrapt zal worden deze stembriefjes te vervalschen, of eenige van die te verduisteren, of daar eenige bij te voegen, of op de briefjes van ongeletterde stemgeregtigden [2]), andere namen te schrijven dan hem opgegeven zijn, zal met de kaak gestraft worden, (eene correctionele gevangenisstraf van drie tot vijf jaren en ontzetting van de regten in art. 8 der wet (29 Junij 54) vermeld, voor vijf tot tien jaren). | 111. Tout citoyen qui, étant chargé, dans un scrutin, du dépouillement des billets contenant les suffrages des citoyens, sera surpris falsifiant ces billets ou en soustrayant de la masse, ou en y ajoutant, ou inscrivant sur les billets des votants non lettrés des noms autres que ceux qui lui auraient été déclarés, sera puni de la peine du carcan. |
| Art. 8, wet 29 Junij 54 |
— — De ontzettingen van de waarneming van bedieningen of ambten is echter in de gevallen van art. 5 dezer wet (29 Junij 1854) — — — alleen dan niet verpligtend, wanneer de regter art. 463 van dat Wetboek toepast. |