Deze pagina is proefgelezen
| hetzij bij wege van civiele regtsvordering geëischt en naar gelange van de personen, de omstandigheden en het geleden nadeel, geregeld worden; zonder dat echter in eenig geval, en wie ook de verkorte of verongelijkte persoon zijn mag, deze schaden en intressen beneden de 25 franken voor ieder dag van onwettige en willekeurige hechtenis [1]), en ten aanzien van ieder persoon, gesteld mogen worden. | soit sur la poursuite criminelle, soit par la voie civile, et seront réglés, en égard aux personnes, aux circonstances et au préjudice souffert, sans qu'en aucun cas, et quel que soit l'individu lésé, lesdits dommages-intérêts puissent être au-dessous de vingt-cinq francs pour chaque jour de détention illégale et arbitraire et pour chaque individu. | |
| 118. In geval de daad, strijdig met de Staatsregeling, geschied is op eene valsche naamteekening van Ministers of andere openbare ambtenaren, zullen de handdadigen aan de valsche naamteekening en die daar met voorweten gebruik van gemaakt hebben, met dwangarbeid voor een tijd (tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren) gestraft worden, waarvan alsdan altijd het hoogste (het maximum) opgelegd zal moeten worden. | 118. Si l'acte contraire aux constitutions a été fait d'après une fausse signature du nom d'un ministre ou d'un fonctionnaire public, les auteurs du faux et ceux qui en auront sciemment fait usage, seront punis des travaux forcés à temps, dont le maximum sera toujours appliqué dans ce cas. | |
| 119. De openbare ambtenaren met de regerings- of regtspolitie belast, die weigerig of nalatig zijn aan een wettigen opeisch (of reclamatie), strekkende om van onwettige en willekeurige hechtenissen [2]) te doen blijken, hetzij in de huizen ter bewaring van verzekerde personen, hetzij elders, te voldoen, en die niet zullen doen blijken dezelve aan hooger gezag aangegeven te hebben, zullen gestraft worden met ontzetting van de burgerschapsregten (eene correctionele gevangenisstraf van één tot drie jaren, met of zonder geldboete van tien tot vijf honderd gulden, en ontzetting van de regten, in art. 8 dezer wet (29 Junij 1854) vermeld, van vijf tot tien jaren), en in de schaden en intressen gehouden zijn, welke geregeld zullen worden, als bij art. 117 gezegd is. | 119. Les fonctionnaires publics chargés de la police administrative ou judiciaire, qui auront refusé ou négligé de déférer à une réclamation légale tendant à constater les détentions illégales et arbitraires, soit dans les maisons destinées à la garde des détenus, soit partout ailleurs, et qui ne justifieront pas les avoir dénoncées à l'autorité supérieure, seront punis de la dégradation civique, et tenus des dommages-intérêts, lesquels seront réglés comme il est dit dans l'article 117. |
| Art. 8, wet 29 Junij 54. |
— — De ontzettingen van de waarneming van bedieningen of ambten is echter in de gevallen van art. 5 dezer wet (29 Junij |