Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/53

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
ten te verbieden, of die, toegelaten of bevolen hebbende, leden of bewindslieden der regering uit hoofde van de uitoefening hunner bedieningen te dagvaarden, in de uitvoering van hun vonnissen of bevelen van dagvaarding zouden mogen volhard hebben niettegenstaande de tenietdoening die daar tegen uitgesproken of de strijdigheid (het conflict) van gezag, die hun aangezegd zou mogen zijn. dant d'exécuter les ordres émanés de l'administration, ou qui, ayant permis ou ordonné de citer des administrateurs pour raison de l'exercice de leurs fonctions, auraient persisté dans l'exécution de leurs jugements ou ordonnances, nonobstant l'annulation qui en aurait été prononcée, ou le conflit qui leur aurait été notifié.
Art. 8, wet
29 Junij 54.
— — De ontzettingen van de waarneming van bedieningen of ambten is echter in de gevallen van art. 5 dezer wet (29 Junij 1854) — — — alleen dan niet verpligtend, wanneer de regter art. 463 van dat Wetboek toepast.
(Zie art. 12, wet houdende algem. bep. van Wetgeving.)
128. De regters, die op eene door het administratief gezag uitdrukkelijk gedane eigening of opeisching van eene voor hen gebragte zaak, echter, zonder de beslissing van het hooger gezag af te wachten, tot het uitwijzen van vonnis zouden mogen overgegaan zijn, zullen gestraft worden, ieder met eene geldboete van ten minste zestien, ten hoogste honderd en vijftig franken.
De ambtenaren van het openbaar ministerie, die de gezegde uitwijzing van vonnis gevorderd of daartoe van conclusien gediend zullen hebben, zullen met dezelfde straffe beboet worden
.
128. Les juges qui, sur la revendication formellement faite par l'autorité administrative d'une affaire portée devant eux, auront néanmoins procédé au jugement avant la décision de l'autorité supérieure, seront punis chacun d'une amende de seize francs au moins et de cent cinquante francs au plus.
Les officiers du ministère public qui auront fait des réquisitions ou donné des conclusions pour ledit jugement, seront punis de la même peine.
(Zie Kon. Besluit 5 Octob. 1822, Stbl. 44, houdende voorziening, aangaande de conflicten van attributiën tusschen de administratieve en regterlijke authoriteiten. — Kon. Besluit 20 Mei 1844, Stbl. 25, omtrent het intrekken en buiten werking stellen van dat van 5 Octob. 1822, Stbl. 44, aangaande de conflicten van attributiën tusschen de administratieve en regterlijke authoriteiten).
129. De straf van regters, die na eene wettige tegenbetuiging der in de zaak belanghebbende partijen of van het administratief gezag, buiten last van de hooge regering, bevelen of lastbrieven verleend of gegeven zouden mogen hebben, tegen deszelfs agenten of bewindslieden beklaagd wordende van misdaden 129. La peine sera d'une amende de cent francs au moins et de cinq cents francs au plus contre chacun des juges qui, après une réclamation légale des parties intéressées ou de l'autorité administrative, auront, sans autorisation du Gouvernement,