Deze pagina is proefgelezen
| 135. De deelhebbing in de voorgaande artikelen vermeld, is niet te verstaan van degenen, die nagemaakte of vervalschte muntstukken voor deugdelijke munt ontvangen hebbende, dezelven weder uitgegeven hebben. Echter zal diegene, die van gezegde stukken gebruik gemaakt mogt hebben, na derzelver ondeugdelijkheid te hebben uitgemaakt of doen uitmaken, met eene geldboete gestraft worden, ten bedrage voor ’t minst van het drievoudige, en ten hoogste van het zesvoudige van de som, waartoe de weder uitgegevene stukken gestempeld zijn; doch zal deze boete in allen gevalle niet minder dan zestien franken mogen bedragen. |
135. La participation énoncée aux précédens articles ne s’applique point à ceux qui, ayant reçu pour bonnes des pièces de monnaie contrefaites on altérées, les ont remises en circulation. Toutefois celui qui aura fait usage desdites pièces après en avoir vérifié on fait vérifier les vices, sera puni d’une amende triple au moins et sextuple au plus de la somme représentée par les pièces qu’il aura rendues à la circulation, sans que cette amende puisse, en aucun cas être inférieure à seize francs. |
|
| 136. Al wie kennis gedragen zullen hebben van eene valsche munterij of van eenigen opleg [1]) van namaaksels of vervalschingen van eenige gouden, zilveren, biljoen of koperen, in Frankrijk gangbare en gewettigde munt, en hetgeen zij daarvan weten, niet binnen de vier en twintig uren aan de administrative autoriteiten of die van regterlijke policie aangegeven hebben, zullen ter zake van dit niet aangeven alleen, en zelfs in gevalle zij vrij bevonden mogten worden van alle medepligtigheid, met gevangenzetting voor den tijd van een maand tot twee jaren toe, gestraft worden. | 136. Ceux qui auront en connaissance d’une fabrique ou d’un dépôt de monnaies d’or, d’argent, [de]billon on de cuivre ayant cours légal en France, contrefaites ou altérées, et qui n’auront pas, dans les vingt-quatre heures, révélé ce [qu’ils savent] aux autorités administratives ou de police judiciaire, seront, pour le seul fait de non-révélation, et lors même qu’ils seraient reconnus exempts de toute complicité, punis d’un emprisonnement d’un mois à deux ans. | |
| 137. Van deze laatste bepaling zullen echter uitgezonderd zijn de bloedverwanten in op- en nedergaande linie, echtgenooten, zelfs na ontbinding des huwelijks, en broeders en zusters der schuldigen, of de aangehuwden van dezen in gelijke graden. | 137. Sont néanmoins exceptés de la disposition précédente les ascendans et descendans, époux même divorcés, et les frères et soeurs des coupables, ou les alliés de ceux-ci aux mêmes de grés. |
| (Zie artt. 14, 65 Wetb. v. Strafv.) |
| 138. De schuldigen aan de misdaden bij artikel 132 en 133 gemeld, zullen vrij van straf zijn, indien zij vóór het volvoeren dezer misdaden en vóór alle | 138. Les personnes coupables des crimes mentionnés aux articles 132 et 133, seront exemptes de peines, si, avant |
- ↑ Beter: bewaarplaats.