Deze pagina is proefgelezen
| vervolging, de gestelde magten daar kennis van gegeven, en de daders aangegeven zullen hebben, of, zelfs na den aanvang der vervolgingen, het in hechtenis nemen der andere schuldigen te weeg gebragt zullen hebben. Zij zullen echter levenslang, of voor een tijd, onder het bijzonder toezigt der hooge policie gesteld mogen worden. |
la consommation de ces crimes et avant toutes poursuites, elles en ont donné connaissance et révélé les auteurs aux autorités constituées, ou si, même après les poursuites commencées, elles ont procuré l’arrestation des autres coupables. Elles pourront néanmoins être mises pour la vie, ou à temps, sous la surveillance spéciale de la haute police. |
§ 2. |
§ 2. |
|
Namaken van Staatszegels, bankbriefjes, openbare schuldbrieven of papieren, geldswaarde hebbende, of keur- of papierstempels, ijk- en soortgelijke merken. |
Contrefaction des sceaux de l'État, des billets de banque, des effets publics, et des poinçons, timbres et marques. |
|
| 139. Wie het zegel van den Staat nagemaakt, of van het nagemaakt zegel gebruik gemaakt zulten hebben; Wie, hetzij papieren geldswaarde hebbende, door de Staats-schatkist onder haar zegel (timbre) uitgegeven, hetzij briefjes van door de wet bekrachtigde banken, nagemaakt of vervalscht, of van deze nagemaakte of vervalschte papieren en bankbriefjes gebruik gemaakt, of die binnen den omtrek van het fransche grondgebied ingevoerd zullen hebben; Zullen met den dood gestraft, en hunne goederen verbeurd verklaard worden. |
139. Ceux qui auront contrefait le sceau de l'État ou fait usage du sceau contrefait; Ceux qui auront contrefait ou falsifié, soit des effets émis par le trésor public avec son timbre, soit des billets de banques autorisées par la loi, ou qui auront fait usage de ces effets et billets contrefaits ou falsifiés, ou qui les auront introduits dans l'enceinte du territoire français, Seront punis de mort, et leurs biens seront confisqués. |
| Art. 18, wet 29 Junij 54. |
De doodstraf wordt veranderd in tuchthuisstraf van vijf tot twintig jaren, ten aanzien der misdaden van: 2°. valschheid, omschreven in art. 139 van het Wetboek van Strafregt. — — Art. 9 (omtrent verzachtende omstandigheden) dezer wet (29 Junij 1854) is hier niet van toepassing. |
| Art. 8, wet 18 Dec. 1845, Stbl. 90. |
Hij die muntbilletten nagemaakt, vervalscht of misdadig in omloop gebragt of ingevoerd zal hebben, wordt gestraft met altijddurenden dwangarbeid, en, bij verzachtende omstandigheden, met tijdelijken dwangarbeid ,voor zoo verre de straf in de provincie Limburg wordt uitgesproken, en in de overige provincien van het Rijk met de straffen, welke den altijddurenden of tijdelijken dwangarbeid vervangen: — (derhalve, volgens art 2 der wet 29 Junij 1854, in het eerste geval met tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens twintig jaren; in het tweede met |