Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/61

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
143. Met de kaak (eene correctionele gevangenisstraf van drie tot vijf jaren, en ontzetting van de regten in art. 8 dezer wet (29 Junij 1854) vermeld, voor vijf tot tien jaren) zal gestraft worden al wie, zich op eene onbehoorlijke wijze meester gemaakt hebbende van de echte zegels, stempels, of merken, dienende tot een der bestemmingen als bij art. 142 is uitgedrukt, daar gebruik van gemaakt zal hebben ten nadeele der regten of belangen van den Staat, van eenig gezagvoerend persoon of ligchaam, of zelfs van eenige bijzondere op- of inrigting. 143. Sera puni du carcan, quiconque s'étant indûment procuré les vrais sceaux, timbres ou marques ayant l'une des destinations exprimées en l'article 142, en aura fait une application ou usage préjudiciable aux droits ou intérêts de l'État, d'une autorité quelconque, ou même d'un établissement particulier.
Art. 5, wet
29 Junij 54.
Indien nevens de straf van de kaak geldboete bedreigd is, wordt die met de voormelde straffen toegepast. — Zie art. 164.
Art. 8, wet
29 Junij 54.
De ontzetting van de waarneming van bedieningen of ambten is echter in de gevallen van art. 5 dezer wet (29 Junij 1854) — — — allen dan niet verpligtend, wanneer de regter art. 463 van het Wetboek van Strafregt toepast.
(Zie de wetten, aangehaald bij art. 142.)
144. Hetgeen bij artt. 136 tot 138 verordend is, is ook van toepassing op de misdaden bij art. 139 gemeld. 144. Les dispositions des articles 136, 137 et 138, sont applicables aux crimes mentionnés dans l’article 139.

§ 3.

§ 3.

Van valschheid in openbare of authentieke geschriften, en geschriften van koophandel of bank, gepleegd.

Des faux en écritures publiques ou authentiques, et de commerce ou de banque.

145. Ieder ambtenaar of bekleeder van eene openbare bediening, die in de verrigtingen, tot zijn post behoorende, een valschheid begaan zal hebben,
Hetzij door valsche handteekening,
Hetzij door verandering van de akten, geschriften of handteekeningen,
Hetzij door onderschuiving van valsche personen,
Hetzij door bij- of tusschenschrijvingen te doen op registers of andere openbare noten, nadat zij opgemaakt of gesloten zijn,
Zal gestraft worden met eeuwigen dwangarbeid (eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens twintig jaren).
145. Tout fonctionnaire ou officier public qui, dans l'exercice de ses fonctions, aura commis un faux,
Soit par fausses signatures,
Soit par altération des actes, écritures ou signatures,
Soit par supposition de per-sonnes,
Soit par des écritures faites ou intercalées sur des registres ou d'autres actes publics, depuis leur confection ou clôture,
Sera puni des travaux forcés à perpétuité.