Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/66

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
162. De valsche getuigschriften (of certificaten) van allen anderen aard, en waaruit hetzij verkorting van derde personen, hetzij nadeel voor de openbare schatkist zou mogen voortvloeijen, zullen gestraft worden, naar hetgeen volgens de verordeningen bij de derde en vierde onder-afdeeling dezer afdeeling plaats zal vinden. 162. Les faux certificats de tout autre nature, et d'où il pourrait résulter soit lésion envers des tiers, soit préjudice envers le trésor public, seront punis, selon qu'il y aura lieu, d'après les dispositions des paragraphes 3 et 4 de la présente section.

Algemeene bepalingen.

Dispositions communes.

163. De oplegging der straffen, gesteld tegen diegenen, die gebruik gemaakt hebben van nagemaakte valsche of vervalschte muntspeciën, briefjes, (of biljetten) zegels, zegelstempels, kloppers, keur- of merkstempels, merken, en geschriften, zal geen plaats vinden, zoo dikwijls de valschheid, aan dengene, die er gebruik van gemaakt heeft, onbekend is geweest. 163. L'application des peines portées contre ceux qui ont fait usage de monnaies, billets, sceaux, timbres, marteaux, pointons, marques et écrits faux, contrefaits, fabriqués ou falsifiés, cessera toutes les fois que le faux n'aura pas été connu de la personne qui aura fait usage de la chose fausse.
164. In alle gevallen, waarin de straf des misdrijfs van valschheid niet verzeld gaat van verbeurdverklaring der goederen, zal tegen de schuldigen eene geldboete gewezen worden, waarvan het hoogste (of maximum) zal mogen gebragt worden tot het vierde deel van het onwettig voordeel, hetgeen uit de begane valschheid getrokken of beoogd was te trekken door de daders, de medepligtigen, of die zich van het valsche stuk bediend hebben. Het laagste (of minimum) van deze boete zal niet beneden de honderd franken mogen zijn. 164. Dans tous les cas où la peine du faux n'est point accompagnée de la confiscation des biens, il sera prononcé contre les coupables une amende dont le maximum pourra être porté jusqu'au quart du bénéfice illégitime que le faux aura procuré ou était destiné à procurer aux auteurs du crime, à leurs complices ou à ceux qui ont fait usage de la pièce fausse. Le minimum de cette amende ne pourra être inférieur à cent francs.
165. Ieder falzaris, die hetzij tot dwangarbeid voor een tijd, hetzij zelfs tot het tuchthuis veroordeeld wordt, zal het brandmerk ondergaan.
165. La marque sera infligée à tout faussaire condamné soit aux travaux forcés à temps soit même à la réclusion.


TWEEDE AFDEELING.

SECTION II.

Van de ambtsmisdaad (forfaiture), en de misdaden en wanbedrijven der openbare beambten, in de waarneming hunner posten.

De la forfaitures et des crimes et délits des fonctionnaires publics dans l'exercice de leurs fonctions.

166. Alle misdaad door een openbaar beambte in de verrigtingen van zijn post begaan, is eene ambtsmisdaad. 166. Tout crime commis par un fonctionnaire public dans ses fonctions, est une forfaiture.