Deze pagina is proefgelezen
§ 3. |
§ 3. |
|
Van de wanbedrijven van ambtenaren, die zich in zaken of onderwindingen, met hun post onbestaanbaar, gemengd zullen hebben. |
Des délits des fonctionnaires qui se seront ingérés dans des affaires ou commerces incompatibles avec leur qualité. |
|
| 175. Alle ambtenaren of die een openbare post bekleeden, alle agenten van de hooge regering, die, hetzij openlijk, hetzij door gesimuleerde handelingen, hetzij door tusschenkomst van anderen, eenig belang hoegenaamd genomen of aangenomen zullen hebben in verrigtingen, aannemingen, ondernemingen, of beheeringen, waarvan of waarover zij ten tijde van de verrigting, in het geheel of ten deele, het bewind of het toezigt hadden, zullen gestraft worden met eene gevangenzetting van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaren, (en) in eene geldboete verwezen worden die het vierde deel der teruggaven en schadeloosstellingen niet te boven zal mogen gaan, noch beneden het twaalfde zijn. Zij zullen bovendien onbekwaam verklaard worden, om ooit eenige openbae post te bekleeden of waar te nemen. Deze vordering moet toegepast worden op alle ambtenaren of agenten van de hooge regering, die eenig belang hoegenaamd genomen hebben in eene zaak, waarin hij met het verleenen van bevelschrift ter betaling, of met het vereffenen belast was. |
175. Tout fonctionnaire, tout officier public, tout agent du Gouvernement, qui, soit ouvertement, soit par actes simulés, soit par interposition de personnes, aura pris ou reçu quelque intérêt que ce soit, dans les actes, adjudications, entreprises ou régies dont il a ou avait, au temps de l'acte, en tout ou en partie, l'administration ou la surveillance, sera puni d'un emprisonnement de six mois au moins et de deux ans au plus, et sera condamné à une amende qui ne pourra excéder le quart des restitutions et des indemnités, ni être au-dessous du douzième. Il sera de plus déclaré à jamais incapable d'exercer aucune fonction publique. La présente disposition est applicable à tout fonctionnaire ou agent du Gouvernement qui aura pris un intérêt quelconque dans une affaire dont il était chargé d'ordonnancer le paiement ou de faire la liquidation. |
|
| 176. Ieder bevelhebben over eenige krijgsmagt, of van een departement, of van eenige plaats of stad, en ieder prefect of onderprefect, die binnen den ring der plaatsen waar hij regt van gezagoefening heeft, hetzij openlijk, hetzij door gesimuleerde handelingen, hetzij door middel of tusschenkomst van anderen, koophandel in koren of andere granen, meel of meelachtige veldvruchten, wijnen, of andere dranken, gedaan of gedreven zal hebben, anders dan voor zoo verre het voortbrengsels van zijne eigene goederen zijn, zal gestraft wor | 176. Tout commandant des divisions militaires, des départe-ments ou des places et villes, tout préfet ou sous-préfet, qui aura, dans l'étendue des lieux où il a droit d'exercer son autorité, fait ouvertement, ou par des actes simulés, ou par interposition de personnes, le commerce des grains, grenailles, farines, substances farineuses, vins ou boissons, autres que ceux pro-venant de ses propriétés, sera puni d'une amende de cinq cents |