Deze pagina is proefgelezen
| andere ambtenaar van regtsgezag of policie, die zich buiten de gevallen of zonner inachtneming der vereischten, bij de wet bepaald en voorgeschreven in de woning eens burgers ingedrongen zal hebben, zal gestraft worden met eene geldboete van ten minste zestien, en ten hoogste twee honderd franken. | ou tout autre officier de justice ou de police, qui se sera introduit dans le domicile d'un citoyen hors les cas prévus par la loi et sans les formalités qu'elle a prescrites, sera puni d'une amende de seize francs au moins et de deux cents francs au plus. |
| (Zie art. 158, Grondwet 1848, — o. a. artt. 40, 41, 42, 44, 45, 46, 106—110 Wetb. v. Strafv.; — art. 190—2-4 der algem. wet 26 Aug. 1822, Stbl. 38; — wet 31 Augustus 1853, Stbl. 83, tot verzekering der uitvoering van sommige voorschriften van plaatselijke verordeningen, — (betrekkelijk de bevoegdheid om de woningen der inegzetenen, huns ondanks, binnen te treden.) |
| 185. Alle regter of geregt, alle bewindvoerder of beewindvoerend gezag, onder welk voorwendsel ook, al ware 't van het stilzwijgen of van de duisterheid van de wet, na daartoe gedane vordering aan partijen het verschuldigde regt weigerende, en na waarschuwing of vermaning van zijne hoogeren, in deze weigering volhardende, zal vervolgd mogen worden en zal gestraft worden met eene geldboete van ten minste twee honderd, en ten hoogste van vijf honderd franken, en met ontzegging van de waarneming van openbare posten, van vijf tot twintig jaar toe. | 185. Tout juge ou tribunal, tout administrateur ou autorité administrative, qui, sous quelque prétexte que ce soit, même du silence ou de l'obscurité de la loi, aura dénié de rendre la justice qu'il doit aux parties, après en avoir été requis, et qui aura persévéré dans son déni, après avertissement ou injonction de ses supérieurs, pourra être poursuivi, et sera puni d'une amende de deux cents francs au moins et de cinq cents francs au plus, et de l'interdiction de l'exercice des fonctions publiques depuis cinq ans jusqu'à vingt. |
| (Zie art. 13, wet houdende algem. bep. van Wetgeving.) |
| 186. Wanneer een ambtenaar of die een openbare post bekleedt, een bewindvoerder, agent, of die van wege de hooge regering of van wege de policie over iets gesteld is, iemand, die met de uitvoering van bevelen van regters of vonnissen belast is, een hoofdbevelhebben, of onderbevelhebber van den gewapenden arm, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn post zonder wettigen grond jegens iemand geweld heeft gebruikt of heeft doen ge | 186. Lorsqu'un fonctionnaire ou un officier public, un administrateur, un agent ou un préposé du gouvernement ou de la police, un exécuteur des mandats de justice ou jugements, un commandant en chef ou en sous-ordre de la force publique, aura, sans motif légitime, usé ou fait user de violence envers les personnes, dans l'exercice ou à l'occasion de l'exercice de |