Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/77

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
ming van vader, moeder of andere personen vereischt, en de ambtenaar van den burgerlijken staat [1]), zich van het werkelijk bestaan dezer toestemming niet verzekerd heeft, zal hij gestraft worden met eene geldboete van zestien tot drie honderd franken, en eene gevangenzet-ting van ten minste zes maanden, ten hoogste een jaar. scrit le consentement des pères, mères ou autres personnes, et que l'officier de l'état civil ne se sera point assuré de l'existence de ce consentement, il sera puni d'une amende de seize francs à trois cents francs, et d'un emprisonnement de six mois au moins et d'un an au plus.
194. De ambtenaar van den burgerlijken staat [1]) zal desgelijks tmet zestien tot drie honderd franken geldboete gestraft worden, zoo wanneer hij een huwelijks-akte van eene vrouw, die reeds te voren getrouwd is geweest, vóór den tijd, bij artikel 228 van het Wetboek van Napoleon (art. 91 van het burgerlijk Wet-boek) gesteld, aangenomen (gepasseerd) zal hebben. 194. L'officier de l'état civil sera aussi puni de seize francs à trois cents francs d'amende, lorsqu'il aura reçu, avant le terme prescrit par l'article 228 du Code Napoléon, l'acte de mariage d'une femme ayant déjà été mariée.
195. De straffen, bij de vorige artikelen tegen de ambtenaren van den burgerlijken staat [1]) gesteld, zullen hun opgelegd worden, ook zelfs dan, wanneer de nietigverklaring van hunne akten niet gevorderd, of de nietigheid zelfs door het later gebeurde weggenomen zou mogen zijn. Alles onverminderd de zwaardere straffen, in gevalle van bedriegelijke zamenheuling (of collusie) voorgeschre-ven, en onverminderd ook de overige strafbepalingen van den vijfden titel van het eerste boek van het Wetboek Napoleon (art. 137 van het burgerlijk Wetboek). 195. Les peines portées aux articles précédents contre les officiers de l'état civil, leur seront appliquées, lors même que la nullité de leurs actes n'aurait pas été demandée, ou aurait été couverte ; le tout sans préjudice des peines plus fortes prononcées en cas de collusion, et sans préjudice aussi des autres dispositions pénales du titre V du Livre Ier du Code Napoléon.
Wet 8 Jan.
1817, Stbl. 1.
Art. 197. Aan de beambten van den burgerlijken stand wordt stellig verboden om eenig manspersoon ten huewelijk aan te teekenen of in den echt op te nemen, zonder dat hem bij behoorlijk bewijs gebleken is, dat zoodanig manspersoon aan de verpligtingen, die ten aanzien der nationale militie op denzelven mogten berust hebben tot dat oogenblik voldaan heeft; ten ware uit de overgelegde extracten uit de registers van den burgerlijken stand mogt blijken, dat de manspersonen, welke zicht ten huwelijk willen begeven, uit aanmerking van derzelver reeds gevorderde jaren, met of sedert het emaneren dezer wet niet dienstpligtig zijn geweest. De overtreding van het voorzegd verbod zal gestraft worden met eene boete van duizend
  1. 1,0 1,1 1,2 Beter: burgerlijken stand.