Deze pagina is proefgelezen
| guldens, of, bij volstrekt onvermogen, met eene gevangenis van een tot twee jaren. | |
| Kon. Besl. 31 Julij 1828, Stbl. 51. |
— Gelet op de Wet van 6 Maart 1818, Stbl. 12. Art. 1. De ambtenaren van den burgerlijken stand in het geheele Rijk, zullen gebonden zijn, om van alle sterfgevallen, zonder onderscheid, schriftelijk mededeeling te doen aan den vredesregter van ieder kanton, waarin de overledene gewoond heeft, en zulks binnen vier-en-twintig uren, nadat de aangifte van het sterfgeval zal zijn gedaan. |
| Art. 27 v. h. Burg. Wetb. |
— In geval van overtreding, tegen de voorschriften van dezen titel (Tit. 3, 1e. Bk. Burg. Wetb.) begaan, kunnen die ambtenaren en bewaarders, voor zoo verre daartegen niet bij het Wetboek van Strafregt is voorzien, door de arrondissementsregtbank worden verwezen in eene geldboete, niet te bovengaande de som van honderd gulden. Bij het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering wordt de proces-orde op dat stuk voorgeschreven (art. 854). |
| Art. 137 v. h. Burg. Wetb. |
In geval van overtreding door de ambtenaren van den burgerlijken stand, tegen de bepalingen van dezen titel (Tit. 4, 1e. Bk. Burg. Wetb.) begaan, kunnen die ambtenaren, voor zoo verre daartegen niet in het Wetboek van Strafregt is voorzien, door de arrondissements-regtbank worden gestraft met eene geldboete, de som van honderd gulden niet te boven gaande; behoudens de regtsvordering der belanghebbende partijen tot schadevergoeding, indien daartoe gronden zijn. (Zie, art. 340.) |
§ 7. |
§ 7. |
|
Van het onwettig uitoefenen van het openbaar gezag voor de verkregen of na de verloren bevoegdheid daartoe. |
De l'exercice de l'autorité publique illégalement anticipé ou prolongé. |
|
| 196. Alle openbaar beambte, die in bediening van zijn post treedt zonder den eed afgelegd te hebben, zal vervolgd, en met eene geldboete van zestien tot honderd en vijftig franken gestraft mogen worden. | 196. Tout fonctionnaire public qui sera entré en exercice de ses fonctions sans avoir prêté le serment, pourra être poursuivi, et sera puni d'une amende de seize francs à cent cinquante francs. | |
| 197. Alle openbaar beambte die wettig van zijn post verlaten 1), afgezet, of in of van de waarneming daarvan opgeschort of ontzet zijnde, na daar de behoorlijke (officiële) kennis van bekomen te hebben, met de uitoefening zijner bediening voortvaart of die, voor een tijd verkoren of aangesteld zijnde, daarin | 197. Tout fonctionnaire public révoqué, destitué, suspendu ou interdit légalement, qui, après en avoir eu la connaissance officielle, aura continué l'exercice de ses fonctions, ou qui, étant électif ou temporaire, les aura exercées après avoir été |