Deze pagina is proefgelezen
| hetzij de hooge regering, hetzij eenige daad van het openbaar gezag te berispen of te bestraffen, zal de straf van uitbanning voor den geestelijke of kerkelijke, die het uitgegeven zal hebben, na zich slepen. | censurer, soit le Gouvernement, soit tout acte de l'autorité publique, emportera la peine en bannissement contre le ministre qui l'aura publié. | |
| 205. In gevalle het geschrift bij het vorig artikel gemeld, eene regtstreeksche opzetting tot ongehoorzaamheid aan de wetten of andere bevelen van het openbaar gezag behelst, of strekt om een gedeelte der ingezetenen tegen de anderen te doen opstaan of in de wapenen te brengen, zal de geestelijke of kerkelijke die het uitgegeven zal hebben met wegvoering naar een oord van ballingschap gestraft worden. | 205. Si l'écrit mentionné en l'article précédent contient une provocation directe à la désobéissance aux lois ou autres actes de l'autorité publique, ou s'il tend à soulever ou armer une partie des citoyens contre les autres, le ministre qui l'aura publié sera puni de la déportation. |
| (Zie art. 1, Wet 19 Mei 1829, Stbl. 34; ad artt. 102, 202, 217.) |
| 206. Wanneer de opzetting in het geschrift vervat, een oproer of een opstand ten gevolge gehad heeft, waarvan de aard zwaarder straffe dan van wegvoering naar een oord van ballingschap, tegen een of meer der schuldigen doet plaats grijpen, zal deze straf, welke zij dan ook zijn moge, aan den geestelijke of kerkelijke, der opzetting schuldig, opgelegd worden. | 206. Lorsque la provocation contenue dans l'écrit pastoral aura été suivie d'une sédition ou révolte dont la nature donnera lieu contre l'un ou plusieurs des coupables à une peine plus forte que celle de la déportation, cette peine, quelle qu'elle soit, sera appliquée au ministre coupable de la provocation. |
§ 4. |
§ 4. |
|
Van de verstandhouding der geestelijken van Godsdienst-genootschap, met buitenlandsche hoven of mogendheden, over zaken van Godsdienst. |
De la correspondance des ministres des cultes avec des cours ou puissances étrangères, sur des matières de religion. |
|
| 207. Alle geestelijke van eenig Godsdienst-genootschap, die over bedenkelijkheden of zaken van godsdienst, met een buitenlandsch hof of mogendheid in verstandhouding getreden is, zonder daarvan vooraf des Keizers minister, die met het toezigt over de eeredienst belast is, verstendigd [1]) te hebben, en zonder van denzelven daartoe gemagtigd te zijn, zal te dier zake alleen, met | 207. Tout ministre d'un culte qui aura, sur des questions ou matières religieuses, entretenu une correspondance avec une cour ou puissance étrangère, sans en avoir préalablement informé le ministre de l'Empereur, chargé de la surveillance des cultes, et sans avoir obtenu son autorisation, sera, pour ce seul fait, puni d'une |
- ↑ Beter: onderrigt.