Deze pagina is proefgelezen
| eene geldboete van honderd tot vijf honderd franken, en eene gevangenzetting van een maand tot twee jaren, gestraft worden. | amende de cent francs à cinq cents francs, et d'un emprisonnement d'un mois à deux ans. |
| (Zie art. 170 Grondwet 1848, en wet 10 September 1853, Stbl. 102, tot regeling van het toezigt op de onderscheidene kerkgenootschappen.) |
| 208. In gevalle de verstandhouding bij het vorig artikel gemeld, verzeld of gevolgd is geworden, van andere bedrijven, strijdig met de uitdrukkelijke verordeningen of voorschriften van eene wet of van een besluit des Keizers, zal de schuldige met uitbanning gestraft worden; ten ware echter de straf uit den aard dezer bedrijven voortvloeijende, zwaarder mogt zijn, in welk geval deze zwaarder straffe alleen opgelegd zal worden.
|
208. Si la correspondance mentionnée en l'article précédent a été accompagnée ou suivie d'autres faits contraires aux dispositions formelles d'une loi ou d'un décret de l'Empereur, le coupable sera puni du bannissement, à moins que [la peine résultant de] la nature de ces faits ne soit plus forte, auquel cas cette peine plus forte sera seule appliquée.
|
VIERDE AFDEELING. |
SECTION IV. |
Wederstand, wederhoorigheid, en andere pligtverbrekingen jegens het openbaar gezag. |
Résistance, désobéissance et autres manquemens envers l'autorité publique. |
§ 1. |
§ 1. |
|
Feitelijke wederspannigheid (rebellie). |
Rebellion. |
|
| 209. Alle aantasting, alle gewelddadige en feitelijke wederstand jegens de bediende beambten, de veld- of boschwachters, den gewapenden arm, degenen die over de invordering der schattingen en opbrengsten gesteld zijn, derzelver deurwaarders, degenen die over de inkomende en uitgaande regten (douanen of tollen) gesteld zijn; degenen die eene geregterlijke bewaring voeren (sequesters); de ambtenaren of agenten der regeringspolicie, wanneer zij ter uitvoering der wetten, der bevelen of bevelschriften van het openbaar gezag, of der regterlijke bevelen of vonnissen handelen; wordt naar de omstandigheden, misdaad of wanbedrijf van wederspannigheid verklaard. | 209. Toute attaque, toute résistance avec violence et voies de fait envers les officiers ministériels, les gardes champêtres ou forestiers, la force publique, les préposés à la perception des taxes et des contributions, leurs porteurs de contraintes, les préposés des douanes, les séquestres, les officiers ou agents de la police administrative ou judiciaire, agissant pour l'exécution des lois, des ordres ou ordonnances de l'autorité publique, des mandats de justice ou jugements, est qualifié, selon les circonstances, crime ou délit de rébellion. |
| Algem. wet 26Aug.1822, Stbl. 88. |
Art. 322. Alle burgerlijke autoriteiten, alsmede en in het bijzonder de gewapende magten, mitsgaders de officieren van jus- |