Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/85

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
titie en policie, zullen de ambtenaren en bedienden der in- en uitgaande regten en accijnsen, in alle zaken, hunne functien en de executie der wetten, op dat stuk betreffende, op daartoe gedane aanvrage, de behulpzame hand bieden, beschermen en doen beschermen. Zij zullen aansprakelijk zijn wegens de schade, welke zij, door hun verzuim of ongegronde weigering van assistentie, mogten hebben veroorzaakt.
Art. 323. Een iegelijk die mogt bestaan, de ambtenaren in de uitoefening hunner functiën aan te randen, gewelddadigheden of feitelijkheden aan te doen, te resisteren, te beleedigen of te bedreigen, door woorden of gebaren, of, ter zake dier uitoefening, molest of schade aan hunne eigendommen toe te brengen, zal strengelijk vervolg en gestraft worden, overeenkomstig de wetten op het strafregt.
Art. 324. Het weigeren van visie, toegang, visitatie, exhibitie van documenten, of het anderzins verhinderen van werkzaamheden, welke de ambtenaren krachtens de wet verrigten, zal, onverminderd de voorziening tegen feitelijkheden of beleedigingen, gestraft worden met eene boete van ten minste vijftig, en ten hoogste drie honderd gulden.
Art. 325. De straffen, in de beide voorgaande artikelen vermeld, zullen worden geappliceerd, boven en behalve de boeten en verbeurdverklaringen wegens andere overtredingen, waarmede deze delicten mogten zijn verzeld geweest.
Wet 22 Mei
1845, Stbl.
22.
op de invordering van 's Rijks directe belastingen.
Art. 17. — — — Wanneer de nalatige belastingschuldige weigeren mogt den ingelegerde huisvesting, een nachtleger, voeding of eene plaats aan den gemeenen haard te geven, wordt hij veroordeeld in eene boete van hoogstens 100 (gulden), en in eene gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden, voor het geval van wanbetaling — — —.
Wet 29 Junij
1852, Stbl.
85.
Art. 260. De regelen, bij de wet op de invordering van 's Rijks directe belastingen gesteld of te stellen, ten aanzien der — — inlegering bij — — den (belastingschuldige), gelden voor de invordering der plaatselijke belastingen.
Art. 270. Verzet bij de invordering van plaatselijke belastingen, weigering, verhindering of belemmering van visitatie, wordt gestraft met geldboete van tien tot honderd gulden.
(Art. 275.
(Over de Commissarissen en dienaren van policie of veldwachters, zie art. 190 en volgg. dezer wet.)
Wet 18 Junij
1857, Stbl.
87.
Betrekkelijk opzieners der jagt en visscherij en feitelijken wederstand tegen dezelven, zie art. 36 en 41 van gezegde wet. Over de ambtenaren der Rijks-policie, zie Kon. Besluit 17 Decemb. 1851, Stbl. 166, houdende nadere bepalingen omtrent het beheer en beleid der algemeene of Rijks-policie, en verder de Besluiten, aangehaald in de Lijst van speciale wetten enz. hierachter. Betrekkelijk officieren en onderofficieren der maréchaussée en de